De pausen, Maarten Luther en de Latijnse eenheid

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de Slotkerk in het Duitse Wittenberg zou hebben vastgespijkerd. Deze actie wordt wel gezien als het begin van de reformatie en daarmee als het einde van de eenheid van de Latijnse (Westerse) wereld, die al sinds de Oudheid werd gewaarborgd door de pausen.

Zowel 500 jaar reformatie als de pausen zijn dit najaar onderwerp van interessante tentoonstellingen en bijeenkomsten in Nederland en Duitsland. Zo is op 21 september een tentoonstelling over Maarten Luther geopend in het Catharijneconvent in Utrecht. Aan de pausen en de eenheid van de Latijnse wereld is een grote tentoonstelling in de Reiss Engelhorn musea in Mannheim gewijd. Mede door bijdragen van de Vaticaanse musea is het wat mij betreft een tentoonstelling van grote betekenis geworden voor het Katholicisme. De tentoonstelling helpt om zowel de reformatie als de pausen waar zij zich tegen afzet beter te begrijpen. Er wordt daartoe een fascinerend inzicht gegeven in de ontwikkeling van de pausen in de Oudheid en in de Middeleeuwen.

Links: Luther slaat zijn 95 stellingen aan in Wittenberg
Rechts: paus Leo X, de paus die Luther in 1521 in de ban deed

Het pausdom is ontstaan bij de opvolging van de H. Petrus, die wel eerste paus wordt gezien. De paus staat centraal in de katholieke kerk. Hij bewaakt de ware leer (Johannes 14,6) en is verantwoordelijk voor het zielenheil van de Christenen. Als opvolger van Petrus beschikt de paus over de sleutels tot de hemel en over de macht om over goed en kwaad te beslissen. Deze macht vererft van paus op paus tot aan het einde van de wereld. De sleutelmacht van Petrus wordt gebaseerd op het Mattheüs-evangelie (16,13-20) waarin Christus aan Petrus zegt dat hij op hem zijn kerk zal bouwen en dat hij aan hem de sleutels tot het koninkrijk der Hemelen geeft. Wat Petrus op aarde zal binden, zal in de hemel gebonden zijn.

De opkomst van de pausen begon in de 4e eeuw met de erkenning van het christendom door keizer Constantijn de Grote (306-337). Hoe in die tijd het christendom zich tegenover de andere godsdiensten wist door te zetten was eind 2015 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam te zien in de Constantijn de Grote tentoonstelling, die eveneens met hulp van de Vaticaanse musea tot stand kwam.

Links: Jezus schenkt aan Petrus de sleutels (Rubens)
Rechts: de 5 patriarchaten van het christendom uit de late Oudheid

Constantijn bouwde de eerste grote basilieken van het christendom in Rome en elders. In de tweede helft van de 4e eeuw gaven de pausen de leidende positie van Rome in het christendom een theoretische grondslag, waarbij de sleutelmacht van Petrus en het canonieke (Romeinse) recht een belangrijke rol speelden. Rome moest zich tegenover de patriarchaten van Alexandrië, Antiochië, Constantinopel en Jeruzalem staande houden. De paus kon daarvoor verwijzen naar Rome als de plaats van het martelaarschap van de apostelen Petrus en Paulus. Boven het graf van Petrus, dat al ten minste sinds de 2e eeuw een bedevaartsoord was, werd door Constantijn de Pieterskerk gebouwd en boven het graf van Paulus de Paulusbasiliek.

Al in de vierde eeuw zijn er in Rome afbeeldingen gevonden van hun Concordia Apostolorum, het verbond tussen Petrus en Paulus, dat de eenheid van de kerk symboliseert. Aan het begin van de zesde eeuw werd vervolgens het eerste overzicht van pausen samengesteld, het Liber Pontificalis, om de eeuwige waarde van de Heilige Stoel te duiden. Volgens een brief van paus Gelasius uit 494 aan de Byzantijnse keizer in Constantinopel werd de wereld geregeerd door de heilige autoriteit van de pausen en de heerschappij van de keizer (de twee machten). De autoriteit van de paus was echter hoger omdat de paus voor de keizer verantwoording moest afleggen bij het Laatste Oordeel. Zo werd de basis gelegd voor de centrale positie die de pausen in de Middeleeuwen zouden innemen.

Daarbij speelde mee dat met de komst van de Islam de andere patriarchaten één voor één werden overrompeld, waardoor de paus in feite als enige hoeder van de christelijke waarheid overbleef. De paus verloor weliswaar in de Byzantijnse keizer zijn beschermheer maar vond in Karel de Grote een nieuwe machtige beschermer. In het jaar 800 kroonde de paus Karel de Grote tot de eerste keizer van het nieuwe H. Roomse Rijk, dat toen zo ongeveer geheel West-Europa omvatte en dat van de Pyreneeën tot de Elbe en van Denemarken tot Rome reikte. Het Heilig Roomse Rijk was de kern voor de eenheid van de Latijnse wereld en de centrale rol daarin van de paus.

Links: de concordia apostolorum
Midden: kroning van Karel de Grote tot keizer door paus Leo III op 25 december 800
Rechts: het logo van de door paus Urbanus VI in 1388 gestichte Albertus Magnus Universiteit in Keulen

De paus stond daarbij als het ware tussen God en de mensen in (minor Deo, sed maior homine). De paus werd de hoogste rechterlijke instantie, een soort voorloper van het Europese Hof van Justitie. Zowel kleine als grote conflicten werden in Rome beslecht, waar zich met de curie hiervoor een ambtelijk apparaat ontwikkelde. Ook de wetenschappen werden door de pausen in de Middeleeuwen bevorderd. In de eerste plaats theologie en rechten, maar ook filosofie en de vrije wetenschappen (artes liberales).

Veel van de oudste universiteiten in Europa zijn ontstaan via de door de pausen sterk ondersteunde orde der Dominicanen. In de 11e en 12e eeuw kwam met sterke steun van de pausen ook het model van het gemeenschappelijke leven (vita communis) op, waarbij vrouwen en mannen met gelijke rechten samenleven, niemand over eigendom beschikt en allen één hart en één ziel zijn (cor unum et anima una). Het model paste bij het ideaal van de kerk uit de tijd van de apostelen dat door de hervormingspausen werd opgepakt.

Ook de Westerse waarden van rechtvaardigheid, naastenliefde, menselijke waardigheid en gelijkheid van de mensen zijn door de pausen (met steeds andere accenten) uitgedragen. Aldus hebben de pausen de Westerse maatschappij in belangrijke mate beïnvloed.

Met de periode van 1305 tot 1417 (Westers Schisma), waarin er soms drie pausen op hetzelfde moment op diverse plekken waren, verloren de pausen aan gezag. De concilies van Konstanz (1414-1418) en Bazel (1431-1449) maakten aan deze ongelukkige situatie een einde. Het concilie als vergadering van bisschoppen, kardinalen en theologen stelde zich toen als hoogste instantie boven de pausen en herstelde zo de eenheid.

Links: Adrianus VI voor zijn paushuize in Utrecht. Op 15 september jl. werd bij dit in 2015 geplaatste beeld een gedicht over Adrianus VI aangebracht
Midden het beeld van Maarten Luther met zijn 95 stellingen in het Duitse Wittenberg
Rechts: mozaïeken van paus Innocentius III en van een persoon die de Romeinse kerk verbeeldt op de tentoonstelling in Mannheim

De daaropvolgende Italiaanse Renaissancepausen van de 15e eeuw maakten van Rome weer een centrum van kunst, architectuur en wetenschappen met de nieuwe Pieterskerk (1506) als symbool. Om zich te handhaven waren de pausen echter aangewezen op de macht en het bezit van enkele adellijke families en op forse inzet van financiële en militaire middelen. De daaruit voortvloeiende vriendjespolitiek en aflatenhandel waren steen des aanstoots voor Maarten Luther. Pausen handelden als wereldlijke heersers, misten soms barmhartigheid en naastenliefde en waren soms niet in staat hun taken goed te vervullen.

Menselijke zwakheden wierpen helaas een schaduw over het beeld van de pausen. De Nederlandse paus Adrianus VI, tijdgenoot van Luther, die in zijn korte ambtsperiode een aanzet gaf voor hervormingen, was hiervoor niet blind: “We weten dat het bij de Heilige Stoel sinds enkele jaren vele afgrijselijke misbruiken hebben plaatsgevonden in geestelijke zaken en overtredingen van de Goddelijke verboden, ja dat eigenlijk alles ten kwade veranderd is. Daarmee hoeft het niet te verbazen dat zich de ziekte van hoofd naar ledematen, dat wil zeggen van paus naar de lagere kerkelijke leiders, verspreid heeft. Wij allen, hoge kerkelijke leiders en gewone priesters, zijn afgeweken. Ieder keek alleen naar zijn eigen weg en er is niemand meer die goed doet.”

Na 1500 kwam aan de periode van de Renaissance-pausen een einde door oorlogen over de heerschappij van Italië tussen de Duitse keizer en Frankrijk en doordat met de reformatie in Duitsland en Nederland en met de afscheiding van de kerk in Engeland een einde kwam aan de eenheid van de Latijnse kerk, die meer dan 1.000 jaar bestaan had. Na de verbreking van de Latijnse eenheid als gevolg van de reformatie zou de katholieke kerk zich met het Concilie van Trente (1545-1563) hervormen. Daarmee brak een nieuwe tijd voor de pausen aan, die tot aan het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) zou voortduren.

Maurice Essers