Geloofsvrijheid

Vorige maand bezocht ik twee lezingen op een congres van de Duitse Katholische Zentralstelle over vluchtelingen in het net over de grens gelegen Möngengladbach. Denkers uit het Duitse Rijnland lever(d)en een belangrijke bijdrage aan de katholieke sociale leer. De locatie van de Zentralstelle in Möngengladbach is dan ook geen toeval. Het congres vond plaats in het gemeentehuis van deze wat grijze textielstad, een op een heuvel gelegen vleugel van de voormalige Benedictijner St. Vitus abdij.

Boven: de abdijberg met het gemeentehuis en de abdijkerk St. Vitus, die door de aartsbisschop Gero en de monnik Sandrad meer dan 1.000 jaar geleden is gesticht.
De abdijkerk, beschikt over relieken van St. Vitus (rechts).
Zij bezat in de Middeleeuwen grond in het Gooi, wat weer de wijding van de Hilversumse Vituskerk aan deze heilige verklaart

De eerste spreker was mgr Geerlings, een Duitse hulpbisschop met een Nederlandse achternaam. Mgr. Geerlings behandelt de plaats van het geloof in Europa. Die verschilt per land. Zo staan in het Verenigd Koninkrijk en Zweden de staatshoofden aan het hoofd van een staatskerk. Het andere uiterste is het laïcistische religievijandige Frankrijk, waar een strikte scheiding van kerk en staat geldt. Daartussenin zitten het religievriendelijke, maar neutrale Duitsland en het, misschien wat minder religievriendelijke, eveneens neutrale Nederland. Voor al deze landen geldt dat de inwoners geloofsvrijheid genieten. De diverse religies zijn er deel van en kenmerkend voor een pluriforme samenleving. De religies zijn ook in zichzelf pluriform. Er zijn immers christenen, moslims en joden van allerlei slag. Mr. Geerlings vindt dit pluralisme goed. Het leidt tot tolerantie, erkenning en respect voor anderen en voor hun individuele vrijheid en het kan tot een dialoog tussen religies leiden. Gelovigen moeten uitgaan van respect voor andere geloven, van gelijkwaardigheid en moeten de waarden en mensenrechten uit de eigen traditie tegenover anderen plausibel proberen te maken. De Duitse bisschopsconferentie heeft op 16 mei 2017 samen met anderen een brief met 15 stellingen over deze pluriformiteit aan bondskanselier Merkel aangeboden (15 Thesen für Zusammenhalt in Vielfalt, http://kulturelle-integration.de/thesen/).

Mgr Geerlings heeft geen bezwaar tegen een multiculturele, pluriforme samenleving. Hij kiest liever daarvoor dan voor een katholieke staat, zoals we die in het verleden in Spanje kenden onder generaal Franco. Geloofsvrijheid is voor hem een principieel punt. Alleen in vrijheid kan de mens werkelijk in God (gaan) geloven. Alleen in vrijheid is geloof meer dan een pragmatische keuze. Deze vrijheid heeft de katholieke kerk in de moderne tijd steeds voorop gesteld. Al vroeg sprak zij zich uit tegen slavernij, ook al werd dit standpunt in de 19e eeuw misschien niet krachtig genoeg uitgedragen.

In 1965 werd het recht op religieuze vrijheid in het kader van het Tweede Vaticaanse concilie vastgelegd in de declaratie Dignitatis humanae. Dit recht werd gebaseerd op de menselijke waardigheid van het individu. Geen dwang maar de openbaring en de rede moeten de mens tot geloof laten komen. Er is volgens mgr. Geerlings aan het einde van het Tweede Vaticaanse concilie ook nog gesproken over gewetensvrijheid binnen de kerk en erover dat de kerk niet alleen beleert maar ook ontvangt. Maar de tijd was toen te kort om ook daarover nog standpunten vast te leggen. Het voorgaande vertaalt zich juridisch in het recht van de burgers van Europa van geloofsvrijheid, een grondrecht dat door de Europese overheden gegarandeerd wordt.

Links: de hulpbisschop Dieter Geerlings.
Midden en rechts: paus Franciscus in een vluchtelingenkamp en ontmoeting van Franciscus met vluchtelingenkinderen in Casa Santa Marta

De verhouding tot andere religies is in het Tweede Vaticaanse concilie uitgewerkt in de encycliek Nostra Aetate. Daarin is wederzijdse erkenning vastgelegd. Mgr. Geerlings noemt tot slot de apostolische brief Evangelii Gaudium van paus Franciscus. Daarin wordt over het nieuwe Jeruzalem gesproken als een pluralistische stad, een stad waarin de dialoog centraal staat en wantrouwen tussen religies overwonnen moet worden (71-75). Daarin past niet een religievijandige houding van de overheid. Mgr Geerlings verwijst naar de discussie in Duitsland over het weghalen van kruisen uit katholieke scholen en het veranderen van de katholieke namen van deze scholen, een ontwikkeling die in Nederland al lang gaande is. De kerk mag echter niet uit het openbare leven geweerd worden. Hij geeft aan dat zijn ervaring in de tijd dat hij als kapelaan en pastoor werkzaam was, juist is dat veel moslims blij zijn met katholieke scholen en dat vluchtelingen uit het Midden-Oosten vaak meer over katholieke kerken weten dan Duitsers. Ze weten wat Kermis en Pinksteren is en kennen christelijke symbolen. Ze weten ook wat heiligen zijn. Geerlings concludeert dat een pluriforme samenleving zowel kansen (op het gebied van evangelisatie) als uitdagingen biedt. We hoeven niet bang te zijn, aldus mgr. Geerlings, maar we moeten wel nadenken over wat in een pluriforme samenleving van kerken en scholen verwacht wordt.

De tweede spreker was pater Georges Aboud, een Libanees melkitisch christen die via de Caritas en Maltezers actief is in de hulp aan buitenlandse christenen in Duitsland. Hij schetst de vele problemen van de Oosterse christenen in onze maatschappij, zoals de discriminatie door moslims in asielzoekerscentra, de integratieproblemen (geen werk, taalproblemen, spanningen, boosheid, geen erkenning van diploma’s), de problemen om familieleden naar het Westen te halen, lange wachttijden in asielzoekerscentra en problemen van jongeren (schoolproblemen, oriëntatieproblemen, gebrek aan studiebeurzen).

De situatie van de christenen in het Midden Oosten is niet beter. Ze hebben op basis van de geschiedenis en de ervaringen met de recente oorlogen in Syrië en Irak (2003-2017) de indruk dat geheime krachten uit zijn op hun verdrijving. Veel christenen, waaronder ook veel kinderen, zijn vermoord. Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer zich de vraag stelt of er nog een toekomst voor hen in het Midden-Oosten is. Ze zijn de voortdurende cycli van vervolgingen, die elke 20-30 jaar de kop opsteken, beu en verlangen, hetgeen natuurlijk begrijpelijk is, naar een betere toekomst voor hun kinderen. Alleen als de integratie in het Westen mislukt wordt een terugkeer nog overwogen. Het tragische lot van de christenen in het Midden-Oosten, die geen beschermheer hebben en uitgeleverd zijn aan een genocide, tegenover de begripvolle ontvangst van moslims in de Westerse samenleving, die pluriformiteit accepteert en een dialoog zoekt. De door IS nagestreefde islamitische Godsstaat tegenover de liberale, pluriforme westerse samenleving. Een Westerse samenleving die zelf steeds minder op de op joods-christelijke leest geschoeide samenleving lijkt en steeds meer een dynamische multiculturele samenleving wordt, waarin de overheid de kerk niet altijd gunstig gezind is. Je zou er soms wanhopig van worden. Paus en bisschoppen wijzen echter een weg, een weg die moed vergt en waarop de katholieke kerk het van de (overtuigings)kracht van de Openbaring en de dialoog moet hebben. In zijn toespraak bij de verlening vorig jaar van de Akense Karelsprijs sprak Franciscus over de wortels van Europa, van de Europeanen, die stevig werden doordat eeuwenlang andere culturen geïntegreerd moesten worden. Niet uitsluiting maar integratie heeft Europa sterk gemaakt. Hij sprak over de identiteit van Europa als een identiteit die altijd dynamisch en multicultureel is geweest.

Sacramentsprocessie Amsterdam

Wij, als relatief klein groepje OLV-kerkers, wonen in één van de Europese steden die volgens de paus het nieuwe Jeruzalem moeten worden en dragen door onze werken, misschien zonder het goed te beseffen, ons steentje bij aan de komst daarvan. Denkt u maar na. Elke dag is onze kerk een huis van gebed en elk weekend en elke katholieke feestdag mogen we in de kerk (buitenlandse) bezoekers ontvangen. Elk jaar weer trekken we met onze bisschop en de abt van Egmond langs en over de grachten en tonen bisschop en abt op de bruggen de monstrans aan de stad en zegenen zij met de monstrans onze stad, haar inwoners én haar bezoekers. Elk jaar weer worden daardoor mensen aan het denken gezet. Vrijwilligers stellen ook dit jaar tijdens zomerdagen onze mooie kerk open en bieden zo soms wel 200 mensen per dag een gelegenheid om een ontmoeting te hebben met God. De vele (buitenlandse) bezoekers zullen dergelijke herinneringen aan Amsterdam koesteren en zullen zich gesterkt voelen om, waar ze ook vandaan komen, ons voorbeeld te volgen. Misschien zijn ze ooit wel katholiek geworden door de werken van de missionarissen die jarenlang vanuit de OLV kerk per stoomboot naar andere continenten trokken. Het zou zo maar kunnen dat ze, zonder het te weten, op een zomerse middag dezelfde kerk binnenlopen als die van waaruit hun geloof enkele generaties terug begon. De kerk waar het H. Sacrament nog steeds aanwezig is en de Godslamp (in vrijheid) voor hen (en ons) brandt. Het zou zomaar kunnen.

Maurice Essers