Het Mirakel van Amsterdam beschreven

Op 21 januari 2017 werd in de kapel van het OLVG het eerste exemplaar van het prachtige boek “Het Mirakel van Amsterdam” door de voorzitter van het Gezelschap van de Stille Omgang, Piet Hein Hupsch, aan de vijf aanwezige bisschoppen, de mgrs Van den Hende, Woorts, Hendriks, Van Burgsteden en Van Luyn, uitgereikt. De ondertitel van het boek, dat nu ook in de boekhandel verkrijgbaar is, luidt “biografie van een betwiste devotie”. Daarmee geven de auteurs, Charles Caspers en Peter Jan Margry, aan dat in het boek de geschiedenis van dit zogenoemde mirakel beschreven wordt en dat daarbij de gevoelens centraal staan die deze devotie bij (vooral) katholieken en protestanten door de eeuwen heen heeft opgewekt. In een volgende bijdrage aan het MB zal ik ingaan op de inhoud van het boek, dat het Mirakel van Amsterdam en de daaruit voortvloeiende verering van het H. Sacrament en de Stille Omgang vanuit de cultuur- en religiegeschiedenis behandelt. In deze bijdrage schets ik alvast de diverse presentaties bij de uitreiking van het eerste exemplaar op 21 januari jl.

Als eerste kwam Simon Evers aan het woord. Hij is als geestelijk verzorger verbonden aan het OLVG. Evers gaf aan dat het voor het OLVG, waar menig Amsterdams katholiek ter wereld kwam, een eer is om de ongeveer 180 aanwezigen te gast te hebben. Het OLVG wil niet alleen een huis zijn voor de genezing van het lichaam maar ook, net als de Stille Omgang, voor de genezing van de ziel. Vervolgens nam de uitgever van het boek, Mai Spijkers van Prometheus, het woord om uit te drukken dat hij zeer verguld is met het boek. De huidige maatschappij is in zijn ogen vooral het product van de Verlichting. Het gebrek aan religieus bewustzijn in deze tijd beschouwt hij als een slechte zaak. Daarom vindt hij het belangrijk, ook al is Prometheus geen katholieke uitgever, om dit boek uit te geven dat het Mirakel van Amsterdam in een breed cultureel perspectief plaatst. Piet Hein Hupsch, die samen met Maarten Elsenburg namens het Gezelschap het manuscript had becommentarieerd, vergeleek als derde spreker de kapel van het OLVG, waar Gods nabijheid bij zieken gestalte krijgt, met het Mirakel van Amsterdam, dat in wezen over het viaticum, de laatste communie op het sterfbed, gaat en daarmee ook over Gods nabijheid bij een zieke. Verwijzend naar de subtitel van het boek,“een betwiste devotie”, stelde Hupsch dat er zonder de reformatie geen Stille Omgang zou zijn. De praal van de processie was door de reformatie (en het processieverbod) niet meer mogelijk. Wat daarvoor eind 19e eeuw als alternatief ontstond was een stille tocht. Juist in zo een stille tocht is een verbinding met God mogelijk. Juist in stilte komt God, aldus Hupsch, aan het woord. Hupsch verwees verder naar de verbinding in de Stille Omgang tussen protestanten en katholieken, juist weer in stilte. In 1995 vierden protestanten en katholieken samen vespers in de Oude kerk naar aanleiding van de Stille Omgang. Verbondenheid door gemeenschap van tafel is tussen protestanten en katholieken nog niet mogelijk, maar verbondenheid met God en elkaar in de Stille Omgang is zeer wel mogelijk. Zo biedt het Mirakel in elke periode weer nieuwe inzichten en kansen.

Na deze inleidingen kwamen de beide auteurs aan het woord. Margry lichtte de religieuze context toe. Het Mirakel, waarbij in het jaar 1345 het braaksel van een zieke in het vuur werd geworpen en waarbij de door de zieke kort daarvoor genuttigde hostie niet verbrandde, staat volgens hem voor het heilig vuur dat niet vernietigt. Het Mirakel geeft de onaantastbaarheid van de in de hostie aanwezige God aan (net als het braambos in het verhaal van Mozes in Exodus 3:1-6). Ook de andere auteur, Charles Caspers, verwees naar de religieuze betekenis van het H. Mirakel: de hostie die brandt, maar niet verbrandt. Het vuur kan alle aardse zaken vernietigen maar niet dat God bij ons is. Daarna volgde een lesje geschiedenis dat ik u aan de vooravond van de Stille Omgang 2017 niet onthoud. Op de heilige plaats in de Kalverstraat waar het wonder zich voltrok werd al kort na het Mirakel een kapel, de Heilige Stede, gebouwd, waar de devote Middeleeuwse Amsterdammers blootsvoets en in stilte biddend omheen liepen. Ter verklaring van de subtitel verwees Margry zelf als eerste naar het aan de Heilige Stede verbonden vrouwengilde dat tot aan de reformatie de Heilige Stede met hand en tand verdedigde tegen ingrepen door stadsbestuur en protestanten. In de 17e en 18e eeuw, na de reformatie, moest de verering van het H. Mirakel niettemin noodgedwongen ondergronds gaan om in de 19e eeuw opnieuw het voorwerp te worden van een strijd tussen katholieken en protestanten. Het in de 19e eeuw ingestelde processieverbod leidde in 1881 tot een opmerkelijke katholieke innovatie: de Stille Omgang. Deze Stille Omgang zou in de 20e eeuw met tot 90.000 deelnemers uitgroeien tot een nationale bedevaart en tot Nederlands grootste jaarlijks religieuze evenement. Het groeiende succes van de Stille Omgang leidde al snel tot de neergang van de Heilige Stede, want de argwanende protestanten zagen in het succes van de omgang een (extra) reden om de Heilige Stede, die sinds de reformatie voortleefde als de protestantse Nieuwezijdskapel, in 1908 af te breken. Brokstukken van de Heilige Stede konden echter worden opgekocht en belandden zo o.a. in onze OLV kerk (zie foto hieronder). Aan de hoogtijdagen van de Stille Omgang kwam een einde met de secularisering, die in de jaren zestig inzette. De Stille Omgang werd, net als veel andere katholieke rituelen, door veel katholieken niet meer van deze tijd geacht. De omgang werd echter door het aarzelen van het organiserende Gezelschap niet gemoderniseerd en overleefde misschien wel om die reden de periode na het Tweede Vaticaanse Concilie.

Het H.Mirakel en de verering van het H. Sacrament worden in de OLV kerk met haar Sacramentsprocessie en Stille Aanbidding gekoesterd.
Hierboven een fragment van de Heilige Stede dat in de OLV kerk wordt bewaard bij de uitgang van de kerk naar het Ontmoetingscentrum

De Stille Omgang is onafgebroken gelopen, waarbij de generaties elkaar aflosten. Ook in maart van dit jaar zullen weer 5.000 tot 8.000 deelnemers uit alle hoeken van het land zich bij het Begijnhof melden om de Stille Omgang te lopen. De laatste presentatie was van de historicus Jan Bank. Hij herinnerde eraan dat Amsterdam zich met haar grachtengordel graag als stad van de onafhankelijke burgers presenteert. Amsterdam is geen stad van een koning of bisschop. Het is een stad zonder paleis of kathedraal. Vooral de huidige burgemeester koestert dit burgerlijke beeld van de stad. Maar dit beeld behoeft volgens Bank aanvulling. Amsterdam was lange tijd immers een bedevaartsstad met religieus toerisme en sacramentsprocessies. De sporen daarvan zijn hier en daar nog te zien. De Heiligeweg, waarvan de naam verwijst naar de pelgrimsroute naar de Heilige Stede, een zuil die in 1908 werd weggebroken uit de Heilige Stede en die binnenkort weer op het Rokin als aandenken geplaatst zal worden, en de keizerskroon in het stadswapen van Amsterdam, die verwijst naar de Habsburgse keizer Maximiliaan, die na een aan het H. Mirakel opgedragen genezing Amsterdam het recht gaf om de keizerskroon in haar wapen te voeren. Deze geschiedenis van het H. Mirakel nuanceert de burgerlijke beeldvorming van de burgemeester. Het boek is in Banks ogen dan ook een noodzakelijke aanvulling daarop. Ik sluit me daar als katholiek kerkganger graag bij aan en beveel het boek van harte aan al diegenen die Amsterdam en de H. Eucharistie een warm hart toedragen aan.

Maurice Essers