Christelijk sociale politiek

Het is dit jaar 125 jaar geleden dat de encycliek Rerum Novarum verscheen waarmee paus Leo XIII de aanzet gaf tot de Katholieke sociale leer. Enkele maanden later vond het eerste Christelijk Sociaal Congres (CSC) plaats, waar de gereformeerde voorman Abraham Kuyper de openingsrede hield. Daarmee manifesteerden zich in 1891 zowel katholieke als gereformeerde christenen op politiek gebied. Beide sleuteldocumenten (Rerum Novarum en de openingsrede) werden vorige maand opnieuw uitgegeven naar aanleiding van het CSC 2016 in Doorn bij Utrecht.

Paus Leo XIII (1810-1903) zag de sociale kwestie
in 1891, anders dan de socialisten, niet als een
klassenstrijd. Hij meende dat alleen samenwer-
king de situatie kon verbeteren. Hij pleitte voor
een fatsoenlijk inkomen voor arbeiders en het
recht om zich via vakbonden te organiseren.
Met het pleidooi voor een inclusieve samen-
leving van paus Franciscus en de ongelijkheid
tussen hoger en lager opgeleiden, arm en rijk,
immigranten en oorspronkelijke Nederlanders is
de sociale kwestie nog steeds actueel.

De inleiding van het boekje waarin de beide documenten zijn opgenomen geeft aan dat “Leo en Abraham” ons voorhouden dat omzien naar elkaar een menselijke plicht is: “Lezing van hun teksten is een blijvende oefening in onderlinge solidariteit en betrokkenheid. Ook brengen zij ons een zekere nederigheid bij: namelijk dat wij geen recht hebben op onze welvaart of dat wij die zouden hebben verdiend. Nee, die is ons slechts toegevallen en niet om daar zelf alle vruchten van te plukken, maar om dat wat we te veel hebben te delen met hen die dat geluk niet hebben gehad.” Deze inleiding herinnert eraan dat christelijke sociaal denken zich niet alleen richt tegen het socialisme, maar ook tegen het kapitalisme en tegen het individualisme van onze tijd.

Het CSC is inmiddels niet meer een zuiver gereformeerde aangelegenheid. Tot de sprekers behoorden ook katholieken als kardinaal Peter Turkson uit Ghana, de voorzitter van de nieuwe pauselijke dienst voor de integrale menselijke ontwikkeling (zie het interview met hem in het Katholiek Nieuwsblad van 9 september jl.), en mgr De Korte, binnen de Nederlandse bisschoppenconferentie verantwoordelijk voor “Kerk en Samenleving”. Zelfs was er een pauselijke boodschap voor het congres. In die boodschap schrijft kardinaal-staatssecretaris Pietro Parolin namens de paus: “U gaat nadenken over het primaat van de menselijke persoon in een geglobaliseerde wereld en Zijne Heiligheid moedigt u aan om een sterker bewustzijn van de specifieke waardigheid van de menselijke relaties te bevorderen, dat ‘achting voor elke persoon en respect voor anderen inprent’ (Laudato Si’, 119 )”. Op die manier “zullen uw besprekingen over de dringende maatschappelijke vraagstukken van onze tijd geleid worden door een ‘humanisme dat in staat is om de verschillende gebieden van kennis, met inbegrip van de economie, samen te brengen ten dienste van een meer integrale en integrerende visie’ (nr. 141)”. Franciscus, schrijft Parolin, bidt “dat u bijzondere aandacht zult geven aan de zorgen van de armen en gemarginaliseerden, opdat elk economisch, politiek en maatschappelijk systeem de behoeften en de vooruitgang van alle volken zal dienen en de geschapen wereld zal beschermen die God heeft toevertrouwd aan het rentmeesterschap van de mensheid”. Hij besluit: “Met de toezegging van zijn gebed en goede wensen roept Zijne Heiligheid voor u allen de overvloedige goddelijke zegeningen van vrede en kracht in.” Tijdens het congres bleek dat paus Franciscus met zijn encycliek Laudato Si niet alleen katholieken heeft geraakt maar ook protestanten (zie ook de tv-serie over Franciscus door Andries Knevel en zijn boodschap “Wees trots op jullie paus” in SamenKerk van herfst 2016). Verder was er een lezing van Luigino Bruni, coördinator van het project Economie van Gemeenschap van de Focolare beweging. De bijdrage uit katholieke hoek kwam dus vooral uit de kerk zelf. De invloed van katholieke politieke leiders die vanuit de sociale leer denken is niet meer zo groot als vroeger. De enige katholiek die aan het debat tussen de politieke leiders deelnam was Jesse Klaver van GroenLinks (de andere leiders die tijdens het congres spraken waren de gereformeerde Gert-Jan Segers van de ChristenUnie en de Nederlands hervormde Sybrand Haersma Buma van het CDA).

Het thema van het CSC 2016 was Geloof, Angst en Liefde; de kracht van verbondenheid. De angst was aldus een belangrijk onderwerp. Angst als in SamenKerk van herfst 2016 verwoord door Mgr. Punt in zijn artikel “Wat is er gaande in onze wereld?”. Tijdens het congres werden verschillende antwoorden op deze angst gegeven. Aan gereformeerde zijde staat de Goddelijke genade als antwoord centraal, zo bleek uit toespraken van Steven Young en Jan-Peter Balkenende. De katholieke nadruk op de menselijke waardigheid en de zorg voor elkaar en vooral de armen, zoals die ook in de pauselijke boodschap tot uitdrukking komt, wordt door gereformeerden gedeeld. Tegenover de angst werd de moed gesteld, de moed om kwetsbaar te durven zijn (in plaats van werken vanuit macht). Luigino Bruni benadrukte dat niet alle waarden economisch zijn. Hij plaatste deugden als nederigheid, vriendelijkheid, vergevingsgezindheid en generositeit tegenover de zuiver economische waarden. Kwetsbaarheid is een opening naar andere mensen. Bruni citeerde Martha Nussbaum: “If you do not link to people, you stop life”. Eén goed persoon is volgens de Bijbel (Noah) genoeg om de wereld te redden. Maar we moeten wel in actie komen, aldus kardinaal Turkson. Als we te angstig zijn, gebeurt er niets. Het geloof kan daarbij helpen (markt en overheid kunnen de vereiste kracht niet geven, aldus Young).

Een voorbeeld van actie is de Nederlandse Willemijn Verloop. Zij bezocht in 1994 de oorlog in Bosnië en richtte daarna Warchild op, een organisatie die zich inzet om kinderen te helpen bij het verwerken van hun oorlogservaringen. Recent richtte ze een platform op voor sociale ondernemingen, dat wil zeggen ondernemingen die maatschappelijke problemen willen oplossen. De samenleving moet zich, zo gaf zij aan, verzetten tegen het voorop stellen van het eigen belang. In het debat werd door de politieke leiders naar dergelijke initiatieven van burgers, vrijwilligers en bedrijven en naar een meer sociale politiek verwezen als manier om de tweedeling in de maatschappij te overwinnen.

Het belang van christelijk sociaal denken, hoop en persoonlijke moed om zich voor menselijke waardigheid in te zetten door de mensen van goede wil kan mijns inziens niet genoeg worden benadrukt. Dat de paus (met de encycliek Laudato Si en daaruit voortvloeiende initiatieven voor een integrale menselijke ontwikkeling, maar onder andere ook met zijn veroordeling van het bouwen van muren rond Europa of Amerika) daarbij vooropgaat zou ons moeten bemoedigen om ons ook zelf open te stellen voor andere mensen, ongeacht hun achtergrond of herkomst.

De kerk leert ons immers dat we allemaal kinderen van God zijn en dat we elkaar als zodanig moeten behandelen en respecteren. Zowel het heden (met IS en haar behandeling van “ongelovigen”) als het verleden (met de rassenideologie van nationaalsocialisten en hun behandeling van “zwakken”) leren dat mensen helaas ook ontvankelijk zijn voor andere ideeën dan het christelijk sociaal denken.

Ideeën waarin niet alle mensen gelijkwaardig zijn en een recht hebben op een menswaardig bestaan en waarin omzien naar elkaar niet als menselijke plicht geldt. Ze leren ook hoe het kwaad zich kan manifesteren. Mensen laten zich gemakkelijk ronselen voor deze bewegingen en zijn (gelegitimeerd door hun ideologieën) onder groepsdruk en in oorlogsomstandigheden tot grote misdaden in staat. De ondertitel van het CSC (de kracht van verbondenheid) gaf aan dat (alleen) liefde voor God en medemens hoop geeft en de angst kan overwinnen.

Maurice Essers