Cinema voor de vastentijd

De tot het katholicisme bekeerde schrijver Willem Jan Otten koos dit jaar voor de Vastentijd 5 films die in Amsterdam in De Balie vertoond werden. Elke film wordt voorafgegaan door een essay van Otten in het dagblad Trouw. Na afloop van de film interviewt hij een gast over de film. De laatste film voor Pasen was Des hommes et des Dieux, een film die ook al eens in ons Ontmoetingscentrum is getoond. Sommigen van u zullen de film wel kennen. Voor mij was het de eerste keer dat ik de film (samen met een andere kerkganger) zag. De gast was een terrorismedeskundige, Beatrice de Graaf. Des hommes et des Dieux (2010) speelt in de bloedige periode in Algerije (tussen 1992 en 1999) waarin salafistische moslims vanuit de bergen de bevolking terroriseren en het land proberen te zuiveren van wat zij als ongelovigen beschouwen. De komst van de terroristen en het leger dat hen bestrijdt zorgt voor angst bij de acht Franse Cisterciënzers die in het kleine Atlasklooster al vele jaren in goede harmonie met de moslimbevolking van het dorpje Tibhirine samenleven. Ze delen met hen de armoede en proberen hen zo goed als het kan te helpen. In zijn essay vermeldt Otten de vorig jaar in Homs vermoorde Jezuïet pater Frans van der Lugt, die op eenzelfde wijze met de lokale bevolking in het Syrische Homs samenleefde en zijn lot eveneens tot aan het bittere einde aan dat van hen koppelde. Het kwaad klopt in dit waar gebeurde verhaal op Kerstavond bij deze Franse monniken op de poort als de terroristen in het klooster medicijnen halen om een gewonde terrorist te verplegen. Kort daarvoor hadden ze moslims vermoord die zich te Westers gedroegen en Westerse hulpverleners gekeeld als waren het schapen. Nadat de terroristen vertrokken zijn, overleggen de monniken. Moeten zij blijven of weggaan? Ieder maakt zijn eigen afweging, op basis van persoonlijke en religieuze motieven. Ze besluiten nog even te wachten. Hun gezangen, gebeden en lezingen bieden steun bij de moeilijke keuze die ze moeten gaan maken. In een soort Laatste Avondmaal overwinnen ze hun angst en aanvaarden ze in kinderlijk vertrouwen in navolging van Christus hun lot.

Links: de abt sterkt één van de monniken.
Rechts: leden van de Cisterciënzer gemeenschap die in 1996 werden ontvoerd en vermoord.

Ze zoeken het martelaarschap niet op, maar ze gaan het uiteindelijk niet uit de weg. Ze kiezen voor hun ideaal van solidariteit met de inwoners van Tibhirine en van een spirituele dialoog tussen christendom en Islam. Deze dialoog vindt feitelijk plaats wanneer de abt een binnendringende terroristenleider een vers uit de Koran voorhoudt, dat door die leider wordt afgemaakt: “Onder hen die de islam het vriendelijkst bejegenen zijn mensen die zich christenen noemen; onder hen zijn priesters en monniken die nederig zijn.” De abt ontbindt aldus, volgens Otten, de agressie. De gast van de avond, Beatrice de Graaf, is een jonge protestantse onderzoekster. Ze probeert vanuit de wetenschap het terrorisme te verklaren maar erkent ook dat er sprake is van kwaad. Het terrorisme kan niet alleen vanuit sociaal-economische achterstand van moslims verklaard worden. Ze vindt het vanuit christelijk perspectief goed dat het kwaad een plek krijgt in de film. Door het kwaad te erkennen kan er ook verlossing komen. Het kwaad zijn in de film overigens niet alleen de terroristen maar ook het leger onder aanvoering van een kolonel die de terroristen bestrijdt. De monniken zijn voor hem verdacht omdat ze de terroristen van medicijnen hebben voorzien en omdat de abt, toen hij de gesneuvelde terroristenleider moest identificeren, voor deze leider ging bidden. De abt kon in hem een medemens zien, iemand van wie hij iets in hun korte dialoog herkend had. De kolonel wilde deze menselijkheid niet zien. Volgens De Graaf geeft dit aan hoe lastig een goed terroristenbeleid is. Zij neemt afstand van de kolonel. Er mag volgens haar geen schreeuw om wraak en vergelding zijn. Ze noemt haar optreden 2 jaar geleden als zomergast bij de VPRO. Toen besprak ze op televisie de film. Ze geeft toe dat het een andere tijd was; IS was er toen nog niet. Maar ook toen ging het haar om de beheersbaarheid van het kwaad. Het lijkt alsof er geen keuze is, maar zij vindt de scene sterk waarin de abt duidelijk maakt dat er wel een keuze is. Je hoeft namelijk niet mee te gaan in de spiraal van geweld, zoals die zich in de film tussen het leger en de terroristen ontwikkelde. Het essay van Otten van 14 maart 2015 in Trouw opent met een beschouwing over wat hij de oorlog om symbolen (war on symbols) noemt. Otten verwijst naar de beelden van de geketende Koptische christenen die onlangs op 300 km van Rome aan de Libische kust worden onthoofd in de oranje vestjes die we kennen uit de Abu Ghraib gevangenis in Irak. Hij vergelijkt de symboolwoede van de jihadisten met die van de beeldenstormers die tijdens de reformatie het interieur van de katholieke kerken aan puin sloegen. De terroristen willen wat in hun ogen de duivel is verdringen met een haat die volgens Otten zelf duivels is. De war on symbols werd een dag na de vertoning van de film voortgezet, toen in het museum in Tunis een aanslag werd gepleegd. Het gaat de terroristen kennelijk niet alleen om een oorlog tegen wat zij als ongelovigen zien, maar vooral ook tegen een cultuur. Kennelijk zijn ze bang voor de Westerse cultuur met haar maatschappijkritiek, het doorbreken van taboes en haar humor. Het zijn immers redacties, tekenaars en musea die worden aangevallen, evenals kerken en graven van heiligen. Deze oorlog om symbolen toont de frustratie, de onmacht en de haat van de jihadisten, maar ook de kracht en waarde van onze Westerse cultuur en van ons christelijke en democratische erfgoed.

Vanwege de vele reacties die ik kreeg, tot slot nog een kort woordje over de herdenking van de Limburgse pastoor Vullinghs, de pastoor waar ik in januari over berichtte, voor wie één van zijn Amsterdamse onderduikers een requiem schreef. Zoals in het Katholiek Nieuwsblad van 20 maart jl. was te lezen gaat die herdenking op de sterfdag van Vullinghs, 9 april a.s., door. Er is nu ook een website waar u informatie over deze bijzondere herdenking kunt vinden (www.vanlimburgrequiem.nl/nl). Daarin is een lezing over pastoor Vullinghs opgenomen van dr. André de Bruin. Wat me trof is dat genoemd wordt in die lezing dat Vullinghs op zijn laatste bestemming, het concentratiekamp Bergen-Belsen, een opmerkelijke metamorfose zou hebben ondergaan. Het lijkt erop dat hij oog in oog met de dood zich heeft overgegeven aan God en net als de monniken van Tibhirine zo ontspannen zijn lot tegemoet kon gaan: volgens een getuige zou hij in zijn laatste dagen openhartig over zichzelf met medegevangenen hebben gesproken en zou hij bemiddeld hebben tussen hen en de kampleiding.

Maurice Essers