Kerk en Oorlog (WO I) deel 1

In september is de herdenking begonnen van de bevrijding (Tweede Wereldoorlog) 70 jaar geleden. Terwijl in Zuid-Limburg wordt gestreden welke Nederlandse plaats als eerste op 12 september 1944 werd bevrijd (Noorbeek of Eijsden) wordt een steenworp zuidwaarts in België herdacht dat 100 jaar geleden de Eerste Wereldoorlog begon. Op het eerste gezicht heeft dit niets te maken met de kerk, maar dat is niet helemaal zo, zo zal blijken uit dit verslag van wat de eerste oorlogsdagen voor gewone mensen in het gebied ten oosten van Luik betekende.

Links: Duitse troepenbewegingen vanuit Aken, Eupen en Malmédy richting de vesting Luik.
De Duitsers probeerden tussen de forten door Luik te bereiken en via het noorden over de Maas bij Visé door te stoten naar Frankrijk.
Rechts: Antoine Fonck

De Duitse inval
In België marcheerden vroeg in de ochtend van 4 augustus 1914 de eerste Duitse troepen vanuit het Duitse Aken, Eupen en Malmédy westwaarts richting de fortengordel rond Luik. In tegenstelling tot de Luxemburgse regering had de Belgische regering op 2 augustus 1914 geen gehoor gegeven aan het Duitse ultimatum om het Duitse leger een vrije doortocht door deze smalle corridor tussen Ardennen en Nederland naar Frankrijk te geven. De Duitsers zouden eerst de Luikse vesting moeten kraken voordat ze hun tocht naar hun hoofddoel (Parijs) konden beginnen. Op 3 augustus konden de Belgen snel de Maasbruggen en spoorwegtunnels naar Luik opblazen waardoor in de ochtend van 4 augustus een gepantserde Duitse trein al na enkele kilometers moest stoppen. Ook werden bomen gekapt die op de doorgangswegen naar Luik een inval moesten vertragen. Het Duitse leger trok niettemin met aan het hoofd enkele verkenners bij het aan het Nederlandse Vaals grenzende Gemmenich de grens over naar Luik. Nederland bleef neutraal en keek toe.
Wat is er waar van de gruwelverhalen?
Als kind luisterde ik geboeid naar verhalen die ooms vertelden over Duitse Ulanen die burgers in de dorpjes onder de rook van Luik aan bomen opknoopten en over de Dikke Bertha, het Duitse kanon dat onophoudelijk op de Luikse forten schoot. Ze kenden die verhalen van hun Belgische neven en ooms die in deze dorpjes woonden. Als uitsmijter werd het verhaal verteld van Russische krijgsgevangenen die in 1915 bij de bouw van de spoorbrug bij Moresnet in de pilaren van de brug zouden zijn ingemetseld. Toen geloofde ik deze verhalen. Nu er vanwege de herdenking in de dorpjes tentoonstellingen zijn over de oorlog, kon ik checken wat er van die verhalen waar is. En passant noteerde ik wat de houding van de kerk daarbij was. Deel 2 in de volgende editie

Maurice Essers