2014: Jaar van de heiligdomsvaarten

Deze zomer stond voor mij in het teken van heiligdomsvaarten, dat wil zeggen de verering van relieken en dan met name in het gebied tussen Rijn, Maas en De Moezel.

4 Akense relieken

De eerste christenen vestigden zich daar in de 3e eeuw na Christus in de handels- en garnizoenssteden (Keulen, Bonn en Trier). De oudste relieken zijn afkomstig van Romeinse christelijke soldaten die er als martelaren stierven, zoals de in de Bonner munsterkerk begraven christelijke Romeinse soldaten van het Thebaanse Legioen, H. Cassius en H. Florentius. Enkele kilometers stroom- afwaarts, in Xanten, is de dom gebouwd op het graf van een andere soldaat uit dat legioen, de H. Victor. Het christendom lijkt met deze soldaten mee naar onze streken te zijn gekomen. Op de graven van deze heilige mannen zijn de eerste kerken gebouwd. Met de bekering van de Romeinse keizer Constantijn in het jaar 313 kwam er langzaam een einde aan de christenvervolgingen. De kerk kon zich gaan organiseren in bisdommen. St. Servatius werd in die tijd de eerste bisschop van Maastricht en daarmee de eerste bisschop van ons land. Voordat we eind juni met een groep pelgrims een bezoek brachten aan de Heiligdomsvaart van Aken, verzamelden we aan zijn graf in de crypte van de Maastrichtse Servaasbasiliek. Na zijn overlijden volgde er weer een nieuwe golf van martelaren toen Germaanse volkeren en de Hunnen de Rijn overstaken en het Romeinse rijk binnenvielen. Met de kerstening van de Franken door de doop van hun koning Clovis rond 500 brak er een periode aan, waarin onze gebieden weer gekerstend werden. Onder Karel de Grote omvatte het Frankenrijk vrijwel geheel West- Europa. Karel sloot een alliantie met de paus in Rome en onderhield contacten met de keizer van de Byzantijnen, de patriarch van Jeruzalem en de kalief van Bagdad, die hem o.a. een olifant en een waterklok stuurde. Van kalief, keizer en patriarch ontving hij rond het jaar 800 vele relieken die verband houden met Christus en die daarmee in zekere zin van een hoger niveau zijn dan die van hiervoor genoemde martelaren. Het gaat om zeven stofrelieken: het onthoofdingsdoek van Johannes de Doper, de windselen van Christus, de lendedoek van Christus aan het kruis, het kleed van Maria, het grafdoek, de zweetdoek en het lendendoek van de voetwassing. De vier stofrelieken die in de door Karel de Grote gebouwde dom van Aken worden vereerd verwijzen naar het leven en lijden van Christus. De drie relieken die door zijn zoon, Lodewijk de Vrome, werden geschonken aan het naburige klooster van Kornelimünster verwijzen naar de Verlossing door Christus.

Links: met 33 slagen werd het Mariaschrijn in Aken geopend, waarna de heiligdommen in de sacristie van de Dom werden geïnspecteerd (midden)
voordat ze aan de gelovigen werden getoond (rechts)

De reliekenverering en de daaraan verbonden heiligdomsvaarten kwamen pas echt op gang in de 11e eeuw. Vanaf dan werden elke zeven jaar de belangrijkste relieken getoond en vereerd tijdens de heiligdomsvaarten, waarvan die van Maastricht, Kornelimünster en Aken de belangrijkste zijn. Maar ook de H. Rok in Trier en de in die tijd uit Milaan naar Keulen overgebrachte relieken van de H. Driekoningen trokken vele pelgrims. De relieken werden opgeborgen in vergulde schrijnen en werden bewaard in de schatkamers van de grote kerken. Het was de tijd van de investituurstrijd waarin paus en keizer onderling streden om de benoeming van bisschoppen. De relieken werden door de Duitse keizers in die strijd misbruikt om hun onafhankelijkheid van de paus te benadrukken. De relieken van Aken, Keulen en Maastricht waren daarvoor geschikt omdat ze in direct verband met Christus stonden en zo de positie van de paus relativeerden. Soms werd het verhaal van de relieken daartoe wat bijgekleurd. Zo werd aan St. Servatius de legende verbonden dat hij familie was van Christus en dat hij over een tweede sleutel tot de hemel (die van de achterdeur, zo wordt in Maastricht gezegd) zou beschikken. Ook de echtheid van de stofrelieken is niet onomstreden, al staat wel vast dat ze uit de tijd van Christus dateren en uit het Heilige Land afkomstig zijn.

De heiligdommen van Kornelimünster op schilderijen van Janet Geloff-Brooks in de abdijkerk van Kornelimünster.
Vlnr: voetwassing (Witte Donderdag), graflegging (Goede Vrijdag) en het lege graf (Tweede Paasdag)

Je kunt je natuurlijk afvragen wat de betekenis van deze relieken voor onze tijd is. De traditie om onder het altaar van kerken relieken te begraven is in elk geval springlevend. Zo werd eind 2012 bij de verheffing van de Amsterdamse Sint- Nicolaaskerk tot basiliek een nieuwe altaar gewijd met daarin een reliek van de Martelaren van Gorcum. Met deze traditie wordt benadrukt dat ook de overledenen onderdeel zijn van de katholieke gemeenschap en dat we met hen de Eucharistie kunnen vieren en voor hun voorspraak kunnen bidden. Een andere aan relieken verbonden traditie, is het aanstrijken en aanraken. Bij de reliekenverering in de Dom van Aken kun je de Domheren, die de relieken bewaken, voorwerpen (een rozenkrans of een kruisje) geven die dan aan de relieken worden aangestreken. In Kornelimünster kunnen zieken zelf de relieken aanraken. Zo maken de relieken het geloof voor ons letterlijk tastbaar. Drie weken na de Heiligdomsvaart bezocht ik een reliekenverering in het Duitse Remagen bij Bonn, waar een groep Maastrichtse pelgrims de kerk en het daar bewaarde reliek van de H. Apollinaris bezocht. Het reliek is verwerkt in een buste die de priester aan het einde van de H. Mis op het hoofd van elk van de pelgrims zet. Ik aarzelde een beetje en heb de beurt aan mij voorbij laten gaan, maar na afloop sprak ik met een vrouw die met haar dochters elk jaar naar Remagen reisde omdat de H. Apollinaris haar zo had geholpen om een depressie te overwinnen: relieken helpen het geloof te versterken, wat aan een genezing kan bijdragen De relieken in Aken en Korneli-münster hebben duidelijk een grotere betekenis dan die van de heiligen die de basis vormen voor de andere heilig- domsvaarten in de regio.

Links: bisschop Ackermann van Trier tijdens één van de pelgrimsmissen.
Midden: aankomst van de pelgrimsgroepen.
Rechts: de toning van het zweetdoek door de domproost en de abt van de Benedictijnerabdij van Kornelimünster

Ze verwijzen naar het leven van en de verlossing door Christus en raken daarmee de kern van ons geloof. De betekenis van de relieken wordt tijdens de Heiligdomsvaart (aan de hand van de bijbelteksten waarin de relieken genoemd worden) uitgelegd door bisschoppen tijdens de pelgrimsmissen op de Katschhof, het plein tussen de dom en het stadhuis van Aken, het oude paleis van Karel de Grote. Zo stimuleren de relieken ook bezinning over leven en lijden van Christus. Wie daartoe nog gelegenheid heeft, kan overigens nog de tentoonstellingen in Aken rond de 1200ste sterfdag van Karel de Grote en de aankomst van de relieken van de Driekoningen 850 jaar geleden in Keulen bezoeken. Verder is er van 29 augustus tot 14 september 2014 de kleine Heiligdomsvaart in het Limburgse Susteren (met op zondag 7 september 2014 de historische reliekenstoet). Dan kunnen ook de H. Amelbergabasiliek in Susteren en haar schatkamer met reliekschrijnen van de heiligen die in Susteren in de 8e eeuw (Gregorius en Albericus) en in de 9e eeuw (Amelberga, Benedicta en Cecilia) leefden en werden begraven worden bezocht. Tenslotte is er tijdens het Corneliusoctaaf (14 tot 21 september) het tweede deel van de Heiligdomsvaart van Kornelimünster Wie er snel bij is, kan deze zomer dus nog afsluiten met een bijzonder weekend in Keulen, Aken of Susteren.

Maurice Essers