Van Oostsanen; schilder van katholiek Amsterdam

Aan de vooravond van de Gouden Eeuw en de reformatie werkte in Amsterdam aan de Kalverstraat de schildersfamilie Van Oostsanen. Een groot deel van het werk van deze familie is de afgelopen eeuwen verloren gegaan. Een klein deel (35 schilderijen en ruim 200 houtsneden) is bewaard gebleven, vaak in buitenlandse musea. Het is dan ook bijzonder dat we deze maand zowel van zijn in Nederland als van zijn elders bewaarde kunst kunnen genieten met de tentoonstellingen over Jacob van Oostsanen in het Amsterdam Museum en in het Stedelijk Museum in Alkmaar.

Links: Noli me tangere (1507) en rechts: de aanbidding der herders (1512) met aan weerszijden leden van de familie Boelen

Jacob vestigde zich rond 1500 in Amsterdam, in de Kalverstraat schuin tegenover de Heilige Stede. Hij zal vanuit zijn huis de vele pelgrims hebben gezien die dagelijks de Heilige Stede bezochten, waar het Heilig Mirakel vereerd werd. In zijn atelier werkten onder andere ook zijn zoon Dirck Jacobsz en zijn kleinzoon, Cornels Anthonisz, die de bekende vogelvluchtkaart van Amsterdam zou schilderen. Op die kaart is goed te zien dat Amsterdam in die tijd een katholieke stad was.

Links: gewelfschildering in Warmenhuizen , rechts Het Laatste Oordeel in de Laurentiuskerk in Alkmaar

Natuurlijk waren er de beide parochiekerken, de Nicolaas kerk (Oude Kerk) voor de Oudezijde en de Onze Lieve Vrouwekerk (Nieuwe Kerk) voor de Nieuwezijde. Maar er waren ook vele kapellen en kloosters. Jacob vond afzet voor zijn kunst in de vele kerken en kloosters en ook bij de opkomende burgerij. Zo werden zijn prenten over het leven van Maria door burgers gekocht om aan de muur te hangen. Het topstuk in Amsterdam is De aanbidding van Christus met de familie Boelen. Het schilderij is innig met Amsterdam verbonden. Ten eerste vanwege de schenkers, de Amsterdamse familie Boelen, waarvan diverse op het schilderij geportretteerde mannelijke leden in het Kartuizerklooster en enkele vrouwen in het Sint Luciaklooster intraden, toevallig de locatie waar zich thans het Amsterdam museum bevindt. Naar ik aanneem gaat het om dezelfde familie als die van het Boelensaltaar in de Nieuwe Kerk. Ten tweede is de bestemming Amsterdams, het Kartuizerklooster St. Andries ter Zaliger Haven, dat in die tijd net buiten de Amsterdamse stadsmuren lag, maar dat later door de Jordaan werd opgeslokt. Vanwege de naam van dit klooster is op de achtergrond een zeehaven te zien. Behalve de Heilige Familie en de schenker zijn op het schilderij ook de voor Van Oostsanen kenmerkende musicerende engelen te zien. Met posuinen, blokfluiten en een luit begeleiden zij het door weer andere engelen gezongen Gloria in Excelsis Deo waarvan de noten in het opgeslagen liedboek te lezen zijn. In Alkmaar hangt Noli me tangere met enkele taferelen met Christus na diens wederopstanding. Het “popperige” van de gezichten en het prachtig geschilderde brokaat van het kleed van Maria Magdalena zijn ook in diverse andere schilderijen in Alkmaar te zien. Vanwege het kleine formaat van dit schilderij wordt vermoed dat het in een (Amsterdamse) kloostercel heeft gehangen. Bijzonder is dat niet alleen schilderijen en prenten van Van Oostsanen bewaard zijn gebleven, maar o.a. ook vier door hem ontworpen kazuifels (die zijn te zien in de tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Alkmaar) en twee schilderingen van kerkgewelven in Noord-Holland. Een bezoek aan de tentoonstellingen in Amsterdam en Alkmaar is dan ook niet compleet zonder bezoek aan de Laurentiuskerk in Alkmaar (ligt tegenover het museum) en de Oude Ursulakerk in het dichtbij Alkmaar gelegen Warmenhuizen. De schildering van het koorgewelf in de Laurentiuskerk toont Het Laatste Oordeel. De gewelfschilderingen in Warmenhuizen tonen afbeeldingen van Oud-Testamentische verhalen, zoals de Dans om het Gouden Kalf en de Doortocht door de Rode Zee. Maar in de absis is door Van Oostsanen weer een Laatste Oordeel geschilderd. Door de schilderijen van Van Oostsanen geven een beeld van het katholieke Amsterdam van de late Middeleeuwen. De periode waarin elk jaar in maart een processie door de Amsterdamse straten trok ter herdenking van het H. Mirakel (waarvan de Stille Omgang de opvolger is) en in juni de Sacramentsprocessie (waarvan onze Sacramentsprocessie als opvolger kan worden beschouwd). In het Amsterdam Museum zijn 8 fragmenten te zien van een doekschildering van Van Oostsanen met taferelen die verband houden met het Heilig Mirakel en die voor de reformatie allicht in de Heilige Stede gehangen hebben. Van Oostsanen zal ongetwijfeld jaarlijks de processie hebben meegelopen. De processie kennen we o.a. van de 19e eeuwse schilderijen in de Begijnhofkapel. Voorop liepen de gilden en schutterijen met trommels, trompetten en vaandels. Die rol wordt in onze processie door de Volendamse fanfare met verve vertolkt. Ook de kinderen waren van de partij, zoals in onze processie de bruidjes en communicantjes meelopen. Uiteraard ontbrak de Amsterdamse geestelijkheid niet en werd ook toen al onder het baldakijn het H. Sacrament door de stad gedragen. Het baldakijn werd gedragen door de burgemeesters van de stad. In onze processie is die taak meestal aan priesterstudenten van De Tiltenberg toebedeeld. Misdienaars en acolieten begeleidden het H. Sacrament met flambouwen. In onze processie zijn het de collectanten die lantaarns dragen. Daarna volgde de “trein” van burgers en religieuzen, die ook in onze processie de stoet sluit. Indertijd waren de Amsterdamse straten versierd wanneer de processie uitliep. Jacob van Oostsanen en zijn familieleden zullen allicht ook hun aandeel hebben gehad in daarbij horende decoraties. We naderen de persoon Jacob van Oostsanen nog dichter bij het zien van een schetsboekje uit zijn werkplaats en een (Nederlandstalige!) bijbel waarin hij in 1502 met pen heeft aangetekend dat die aan hem toebehoort. Al voor de reformatie werd de bijbel dus al in het Nederlands uitgegeven.

Laat Middeleeuwse Amsterdamse processievaandels met links het H. Mirakel en rechts de processie.

Onze Amsterdamse processie is nu zo’n 11 jaar oud. In Zuid-Limburg, waar het feest van Corpus Christi in de 13e eeuw is ontstaan, is de processietraditie altijd blijven bestaan. Voor wie een traditionele Limburgse Sacramentsprocessie wil meemaken, kan ik de bedevaart van 27-29 juni 2014 naar de Akense Heiligdomsvaart aanbevelen. Vrijdag bezoeken we in Maastricht de St.Servaasbasiliek, zaterdag de pelgrimsmis in Aken en zondag kan o.a. de Sacramentsprocessie van Kerkrade naar de abdij van Rolduc bezocht worden. Ik sluit af met de wens dat onze Sacraments-processie dit jaar weer een voorbeeld zal zijn van solemniteit en bonte feestelijkheid.

Maurice Essers