De kathedraal van Haarlem

Onlangs verscheen een boekje over de kathedraal, de moederkerk van ons bisdom, de St. Bavo in Haarlem.

St. Bavo beschermt Haarlem in 1274 tegen een aanval van de Kennemers
Op de achtergrond de Middeleeuwse St. Bavo-kerk
Net als Amsterdam werd het Haarlemse stadsbestuur in 1578 protestant

Mede omdat ik zelf de kathedraal nog nooit bezocht heb, kocht ik het boekje en kwam zo wat meer te weten over deze kerk. In feite gaat het om de derde kathedraal die Haarlem rijk is. De eerste kathedraal is de Middeleeuwse St. Bavo, die centraal gelegen is op de Grote Markt van Haarlem. In de eerste jaren na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 werd de Haarlemse parochiekerk van St. Joseph de nieuwe, tweede kathedraal. Het duurde tot 1895 voordat met de bouw van een nieuwe derde kathedraal werd begonnen, die net als de Middeleeuwse hoofdkerk van Haarlem, aan de Vlaamse heilige St. Bavo gewijd zou worden. Er waren al vroeg banden tussen Gent, de stad waar St. Bavo begraven ligt, en Holland, onder andere doordat de abdij van Egmond vanuit Gent is gesticht. St. Bavo werd zo de beschermheilige van Haarlem, net als St. Nicolaas de beschermheilige van Amsterdam is.

De architectuur van de nieuwe St. Bavo werd toevertrouwd aan Jos Cuypers, een toen nog pas 32-jarige zoon van de architect van het Amsterdamse Rijksmuseum en Centraal Station, Pierre Cuypers. Hij zou daarbij samenwerken met Jan Stuyt, die in Amsterdam de Obrechtkerk heeft ontworpen. De Obrechtkerk toont ook wel enige gelijkenis met onze kathedraal. De bouw van de kathedraal zou vele jaren duren en werd pas in 1929 voltooid. Het boekje beschrijft de symboliek in de kathedraal: de 16 peilers van de kathedraal die elk een naam van één van de steunpilaren van het katholieke geloof kregen, de vier kruisingspijlers die de koepel dragen en die naar de vier evangelisten werden genoemd, de 8 pijlers van het priesterkoor die de naam kregen van de 8 kardinale deugden, de tekens van de dierenriem in de vloer bij de hoofdingang, de eregalerij van Nederlandse heiligen in de kooromgang en ga zo maar door, waardoor (net als voor de Onze Lieve Vrouwekerk geldt dat je door kennis van het kerkgebouw ook kennis kunt nemen van het katholieke geloof). De wapenspreuk van de St. Bavo (tevens de titel van het boekje) is ook niet voor niets “Sicut sponsa ornata” (getooid als een bruid). De St. Bavo is een bruid die getooid is voor de bruidegom Christus en ieder onderdeel van het kerkgebouw maakt onderdeel uit van een betekenisvol geheel dat naar de Heer toe leidt, zo schrijft mgr J. Hendriks in het voorwoord van het boekje.

Kenmerkend voor de kathedraal zijn de hoge koepel en de stralenkrans van zijkapellen rond het koor. De foto hierboven, die vanaf de Leidsevaart is genomen, toont deze kapellen en de koepel. Om de kerk een oriëntering naar het oosten te geven (de plaats van de opgaande zon) is de ingang niet op de meer voor de hand liggende plaats van de Leidsevaart gelegen maar juist aan de andere kant. Die ingang wordt beschermd door twee hoge torens,die doen denken aan de torens van Franse gotische kathedralen. Het meest bijzonder is misschien de koepel, verdeeld in 12 bogen waarbij elke boog een poort van het Hemels Jeruzalem voorstelt. In de koepel is het Sanctus uit het Te Deum te lezen.

Een mooie gelegenheid om de kerk zelf eens te bezoeken is met kerstmis. Een andere bijzonderheid van de St. Bavo, het kathedrale koor (met jongens-, meisjes en herenstemmen), zingt dan vanaf het hoogkoor tijdens de pontificale mis

Sinds 1951 kent Haarlem een eigen koorschool: een basisschool voor de koorjongens van de kathedraal met dagelijks, naast het reguliere onderwijs, muziekonderricht in stemvorming, muziektheorie en repertoirestudie. In totaal wordt er per jaar ongeveer 200 uur aan muziek besteed. Elk kind speelt daarnaast tenminste 1 muziekinstrument. Door het aannemen van meisjes vanaf 1992 zijn er nu naast het grote kathedrale koor (zie hieronder) verschillende deelkoren, zoals het Mannenkoor, het Jongenskoor, de Meisjescantorij, de Bavocantorij en de Cappella Puellarum.

Het zou overigens aardig zijn als het zustergezelschap Haarlem en Omstreken, dat de Onze Lieve Vrouwekerk elk jaar bezoekt voor een H. Mis voordat deze Haarlemmers de Stille Omgang gaan lopen, bij die gelegenheid een keer één van deze koren naar onze kerk zou meenemen. Dat zal dit jaar niet gebeuren, want naar ik begrijp reist op 22 maart a.s. een kerkkoor uit Halfweg mee voor de H. Mis, die dan om 22 uur in onze kerk zal plaatsvinden. Wel reist dan de redacteur van het boekje over de St. Bavo, de diaken Philip Weijers, mee. Hij zal dan de beide celebranten, twee kanunniken van het kathedraal kapittel van het bisdom Haarlem, ondersteunen. Ook tijdens onze Sacramentsprocessie worden de banden tussen de Onze Lieve Vrouwekerk en het bisdom, zoals bekend, aangehaald, aangezien dan vrijwel altijd de bisschop van Haarlem-Amsterdam of één van de hulpbisschoppen aanwezig is. Hoewel Amsterdammers erom bekend staan dat ze hun bezoek gastvrij ontvangen, maar ook dat ze zelf de ringweg rond onze stad zo min mogelijk oversteken om bekenden elders te bezoeken, zouden degenen die, net als ik, die stap nooit gewaagd hebben misschien toch een keer (al dan niet met het boekje in de hand) de St. Bavo een tegenbezoekje moeten brengen.

Maurice Essers