Zitten, knielen en staan in Amsterdamse kerken door de eeuwen heen

Zitten, knielen en staan zijn al eeuwenlang houdingen die Christenen aannemen. Linksonder luisterend naar het woord van Christus bij de Bergrede. Rechtsonder een schilderij uit 1512 van de Amsterdamse schilder Jacob van Oostsanen van de geboorte van Christus en de aanbidding door de herders. Linksonder op dat schilderij zijn biddend en knielend voor de H. familie de sponsor van het schilderij, de Amsterdamse burgemeester Andries Boelens en zijn beschermheilige Andreas te zien met achter hen kartuizer monniken. Rechtsonder zijn vrouw Margriet Boelens (met haar beschermheilige Margaretha) en hun dochters. Op de achtergrond van het schilderij het eerste havengezicht in de Noord-Neder-landse schilderkunst. Deze haven is een verwijzing naar de bestemming van het schilderij, het in de Jordaan gelegen kartuizerklooster van Andries ter Saliger Haven.

In deze maand van Kerstmis hieronder een ander schilderij van Van Oostanen, de Aanbidding der koningen, met portretten van de knielende schenkers Claes Bouwensz. en Volkgen Jansdr. op de zijpanelen.

Vanaf de stichting van Amsterdam ongeveer 800 jaar geleden tot op heden is in de stadskerken knielend gebeden en zittend of staand geluisterd naar het woord. Dat zitten ging aanvankelijk anders dan we nu gewend zijn. In de Middeleeuwen moest in de kerken begraven worden, zodat er voor kerkbanken geen plaats was. Alleen in het koor was plaats voor stoelen, de zogenaamde misericorden. De koorleden konden erop zitten of (wanneer deze opgeklapt waren) achteroverleunend tegen de misericorden steun zoeken bij het staan (het Latijnse ‘misericordia’ betekent barmhartigheid of steun). De afbeeldingen op deze misericorden hebben in de Oude Kerk de Beeldenstorm van 1568 overleefd (zie hieronder). De misericorden beelden vaak Middeleeuwse grappen of spreekwoorden uit, waarvan de betekenis en humor ons eeuwen later ontgaat. Zo wordt de afbeelding van de misericord uit de Oude Kerk rechtsonder in de literatuur omschreven als: 'Ik moest een ezeltje schijtgeld hebben' en die linksonder als een spinnend (lui?) varken dat zich beklaagt dat het zo hard moet werken voor de kost.

De kerkgangers waren tijdens de mis te vinden in het middenschip of in de kapellen aan de zijkanten daarvan die in de Oude Kerk gesponsord werden door Amsterdamse gildes en in de Nieuwe Kerk ook wel door rijke families. Linksonder: een graf in de Heilige Stede wordt door een grafdelver gereed gemaakt. Middenonder: de kapel van de familie Boelens in de Nieuwe Kerk. Rechtsonder: Middeleeuws processievaandel met voorstelling van het H. Mirakel met knielende bezoekers rond de zieke.

Veel Amsterdammers bezochten in de Middeleeuwen ook de H. mis in kapellen van de vele vrouwenkloosters rond de Nes. De kapellen daarvan waren zogenaamde dubbelkapellen, bestaande uit een boven- en een onderkapel. De onderkapel was voor de kerkgangers vanuit de straat bereikbaar. Boven zaten de zusters. Met de reformatie werden al de kerken en kapellen van Amsterdam door protestanten overgenomen. De katholieke kerken bevonden zich sindsdien in woonhuizen. Daar konden en mochten geen graven komen. Later werden in deze woningen verdiepingen doorgebroken waardoor schuilkerken met bovengalerijen ontstonden, zoals te zien in Ons Lieve Heer op Solder en in de begijnhofkapel. Door de kerkgangers werden krukjes gebruikt om tijdens de mis te kunnen zitten, zoals linksonder te zien is in één van de schuilkerken die Amsterdam toen kende, de kerk De Ooievaar in de Barndesteeg bij de Nieuwmarkt. Rechtsonder de Amsterdamse schuilkerk De Lelie: op deze prent is te zien dat de schuilkerken zonder banken, stoelen of krukjes relatief leeg waren.

Linksonder: de Boomkerk (gelegen aan de Kalverstraat waar nu V&D is) aan het einde van de 18e eeuw. Duidelijk zijn weer de galerijen te zien. In de kerk zelf zijn geen kerkbanken of krukjes te zien. Die zijn rechtsonder wel te zien op een tekening van de 18e eeuwse Krijtberg, die indertijd ook een galerijkerk was. Rechtsboven zijn in De Krijtberg enkele mensen op de galerij te zien.

Ook op de 18e eeuwse prent hierboven van De Pauw (boven) aan de Keizersstraat bij de Nieuwmarkt valt het relatief lege interieur op. Enkele zijramen en kroonluchters zorgden voor licht. Voor het altaar is er een communiebank, zoals ook in onze kerk in gebruik. De communiebank bij het altaar van onze OLV kerk genoot in de 19e eeuw zelfs enige faam vanwege haar schoonheid: toeristen bezochten onze kerk om deze bank te kunnen zien. Linksonder weer een andere oude Amsterdamse katholieke schuilkerk, de Ster, die aan het Rusland lag. Er zijn maar liefst twee galerijen te zien. Voorin staan twee tafels. Misschien waren er toen ook al tafels, zoals wij die nu in de OLV kerk gebruiken om het Mededelingenblad en folders neer te leggen. Rechtsonder de Franse kerk (Nieuwezijds Voorburgwal) aan het einde van de 19e eeuw. De banken op deze foto houden het midden tussen zitbanken en bidstoelen. Opvallend zijn de gaslampen. Met de intrede van gas en elektriciteit werden de donkere Amsterdamse schuilkerken een stuk lichter.

Vermoedelijk zijn in de 19e eeuw de bidstoelen geïntroduceerd. Iedere parochiaan kreeg zijn vaste plaats in de kerk en had zijn eigen bidstoel. Later kwamen er bidstoelen met een knieltrede en een uitklapbaar zitgedeelte. Op oudere foto’s van onze kerk van rond 1900 zijn nog rijen van bidstoelen te zien (zie onder). Pas de laatste 100 jaar zijn de zitbanken ingevoerd met een apart knielbankje met kussentje, zoals we die nu in de OLV kerk en in de meeste kerken elders in Nederland zien.

OLV kerk rond 1900.
Links: foto van het Maria altaar.
Midden: foto van het rijk met bloemen versierde hoofdaltaar.
Rechts: jongens aan het bidden in de Willibrordus buiten de Veste (Ceintuurbaan) op bidstoelen. Voor hen enkele zitbanken.

Maurice Essers