Hoog bezoek

Deze zomer was er in de sacristie van het Redemptoristenklooster in Wittem een kleine tentoonstelling van kleding en bezittingen van kardinaal Van Rossum (1854-1932). De collectie is jarenlang in het klooster bewaard. Binnenkort gaat ze naar het Museum Catharijneconvent in Utrecht. Ik was de enige bezoeker en werd al snel aangesproken door een vriendelijke pater. Hij had nagedacht over hoe mij aan te spreken. Zijn voor de hand liggende openingsvraag was of ik kardinaal Van Rossum kende. Persoonlijk kende ik hem natuurlijk niet (ik had net zijn graf gezien in de nabijgelegen kapel dus wist wel beter), maar had wel van hem gehoord, de man van het Eucharistisch Congres in Amsterdam in 1924, het hoogtepunt van het ďRijke Roomse levenĒ!

Links: Van Rossum (1912) voor een portret van de stichter der Redemptoristen, H. Alfonsus de Liguori
Midden en rechts: Van Rossum in vol ornaat als kardinaal

Een vreemde gewaarwording was het wel om iemands kledingkast uitgestald te zien. Het voelde een beetje als voyeurisme. Maar het was wel een bijzondere kledingkast, eentje die nieuwsgierigheid wekte: muiltjes, allerlei curieuze kledingstukken, zoals de kardinaalshoed, die bij een kardinaal van zoín 100 jaar geleden hoorden, een gesel, die me aan het denken zette, en zo meer. De pater was kennelijk gewend aan bezoekers die zich over deze uitstalling verbaasden. Hij probeerde de afstand tot de moderne bezoeker te verkleinen door op te merken dat het toen wel een poppenkast was en dat de huidige paus over een dergelijke poppenkast gelukkig anders dacht. Ja, daar had hij een punt.

Plechtige aankomst van kardinaal Van Rossum.
Links: zittend op zijn stoomboot, omringd door lakeien.
Midden: De Batavier vaart door de sluizen bij IJmuiden en rechts varend door het Noordzeekanaal

Links: kardinaal Van Rossum aan boord van het schip De Batavier voor het Congres.
Midden: de vissersvloot in IJmuiden met vlag in top
Rechts: de Amsterdamse straten versierd voor de kardinaal

Van de andere kant, kleding en versiering hebben ook een doel. Het zijn uitingen van eerbied of feestelijkheid of ze geven een bepaalde functie weer, zoals een uniform van een politieagent. Het deed me denken aan de fotoís die ik ken van het Eucharistisch Congres waarop de kardinaal in vol ornaat op een boot te zien is. Het zou wat moois zijn als kardinaal Van Rossum als pauselijk legaat in zijn ouwe kloffie op deze stoomboot De Batavier had gestaan die hem in 1924 voor het Eucharistisch Congres vanuit Rome via de sluizen van IJmuiden naar Amsterdam bracht. Van Sinterklaas verwachten we ook dat hij zich als bisschop kleedt als hij in december onze stad komt bezoeken.

Kardinaal Van Rossum betreedt het stadion, gevolgd door lakeien.
Midden: de ingang naar het stadion.
Rechts: bezoek van Kardinaal van Rossum aan het jongensweeshuis.

Ook de meisjes uit het Maagdenhuis waren zo te zien voor de kardinaal opgetrommeld.

Kardinaal Van Rossum had het goed begrepen. Op zijn boot had hij vele lakeien meegenomen, die een beetje doen denken aan de Zwarte Pieten van Sinterklaas. De rijk versierde vissersvloot van IJmuiden bracht een saluut. Tientallen enthousiaste katholieken begeleidden De Batavier met hun sloepen op zijn tocht over het Noordzeekanaal naar de Amsterdamse haven. Hij, Van Rossum, een eenvoudige katholieke weesjongen uit Zwolle was Nederlands trots. Hij was de eerste Nederlandse kardinaal sinds meer dan 400 jaar! Zijn benoeming vormde voor de zich in Nederland emanciperende katholieken een erkenning en een beloning voor hun kerkelijke trouw. Een paar jaar eerder, op 12 maart 1918, was hij door paus Benedictus XV aangesteld tot prefect van de Congregatie 'de Propaganda Fide', de congregatie voor de geloofsverbreiding.

Links: bezoek van de kardinaal aan de Obrechtkerk, waar de loper voor hem is uitgerold.
Rechts: bisschop van Haarlem, mgr. Callier op het congres in gesprek met Ernest van der Laan, geheim kamerheer van de Paus.

Tijdens het congres waren er veel bijeenkomsten, die in het teken stonden van de eucharistische aanbidding. Er waren plechtigheden op het Begijnhof. Blokken van katholieke woningbouwverenigingen waren versierd met vlaggen en slingers. In de top van het stadion, waar ook plechtigheden plaatsvonden, wapperde de pauselijke vlag, geflankeerd door een engel. Een groot Christusbeeld sierde de ingang. Dit was ongehoord voor een land dat zich een protestantse natie waande.

Links: de intocht in de koets vanaf het Centraal.
Rechts: de openingsvergadering in het kardinaalspaviljoen in het stadion

In een koets ging het vanaf het Centraal Station verder door de straten waar de kardinaal werd toegejuicht door de mensenmassa alsof het Sinterklaas betrof. Hij logeerde bij de familie Dreesmann aan het Museumplein, waar het gemeentebestuur op audiŽntie mocht komen met hoge hoed.

Links: het gemeentebestuur op audiŽntie.
Rechts: een bisschop der Maronieten op audiŽntie.

De kardinaal ging ook zelf op stap. Hij bezocht de Obrechtkerk, enkele andere Amsterdamse kerken en het katholieke jongensweeshuis op de Lauriergracht. Ongetwijfeld zal hij als Redemptorist ook onze kerk bezocht hebben. In die tijd was het immers een Redemptoristenkerk.

Links: bloemen en graanhulde uit de Bollenstreek met een bord van het Eucharistisch Congres..
Rechts: massale kindercommunie.

De vele souvenirs aan het Eucharistisch Congres kunt u nog steeds op de Amsterdamse rommelmarkten vinden

Links: pauselijke vlag en engel op het stadion.
Midden: processie in het stadion.
Rechts: Een herinnering aan het Eucharistisch Congres is te vinden in het Begijnhof. Op de foto is daar het monument te zien. Dit werd in 1960 weggehaald, waarna alleen de buste achterbleef.

Het congres duurde een kleine week, van 22 tot 27 juli 1924. Op de zondag werd in het stadion de Kardinaalsmis opgedragen door Van Rossum in het speciaal voor hem gebouwde Kardinaalspaviljoen in het bijzijn van vele kardinalen, bisschoppen, abten en andere hoogwaardigheids-bekleders. In een afsluitende bijeenkomst met 800 mannenstemmen en 500 jongensstemmen gaf de kardinaal de eucharistische zegen. En, net als de echte Sinterklaas, was deze zomersinterklaas een dag later al weer vertrokken voordat iedereen het goed en wel besefte. Amsterdam was even een katholieke stad geweest, maar keerde al snel terug in zijn normale doen.

Maurice Essers