Ik ga op vakantie en neem dan mee…

een boekje over Alfonsus de Liguori. Het gaat om een boekje (“Alfonsus de Liguori, leraar van het gebed en de barmhartigheid” van Martin Leitgöb) waarvan eerder dit jaar een vertaling is uitgegeven door het in Wittem gevestigde provincialaat van de congregatie van de Allerheiligste Verlosser (meestal wordt deze door Alfonsus gestichte congregatie die der Redemptoristen genoemd). Alfonsus is, zoals bekend, de patroon van ons zangkoor en van het collectantencollege, dat in januari haar 160-jarig jubileum vierde. Bij gelegenheid van dat jubileum is aan het collectantencollege een relikwie van deze Italiaanse heilige geschonken, zodat de kerk nu over relikwieën beschikt van de twee belangrijkste heiligen van deze congregatie (het relikwie van de andere heilige, Gerardus van Majella, is te zien in het Gerardus altaar achterin de kerk). De zomer is een goed moment om aan de hand van dit boekje wat meer over het leven en de werken van Alfonsus (1 augustus) te weten te komen. Zeker wanneer de vakantie samenvalt met zijn feestdag en een feestdag van OLV (Maria Tenhemelopneming, 15 augustus), de heilige die centraal staat in zijn theologie.

Leven van Alfonsus

De belangrijkste momenten uit het leven van Alfonsus zijn geschilderd in de Alfonsuskapel van onze kerk, rechts van het koor. Alfonsus is geen heilige uit lang vervlogen tijden waarvan alleen enkele legendes bekend zijn. Hij werd geboren in 1696 in Napels en overleed op 1 augustus 1787. In het boekje wordt hij soms geïdealiseerd (bijvoorbeeld wanneer wordt geschreven dat hij als advocaat nooit een rechtszaak verloor) maar soms wordt hij erg menselijk beschreven, bijvoorbeeld wanneer zijn “ziekelijke angsten voor zonden” en “neurotische nauwgezetheid” worden genoemd. Het overheersende karakter van zijn vader en het vrome en angstige karakter van zijn moeder zouden volgens het boekje die eigenschappen van Alfonsus verklaren. Na een verloren rechtszaak heeft hij de wereld vaarwel gezegd door zijn degen, teken van zijn adellijke afkomst, in de kerk Santa Maria delle Mercede in Napels op het altaar te leggen. Dit tafereel is in de Alfonsus kapel van onze kerk te zien. Hij begon vervolgens zijn priesterstudie en organiseerde met een groep priesters in Napels avondbijeenkomsten (Capelle serotine) voor de allerarmsten. Die bijeenkomsten konden overal plaatsvinden: op de hoek van de straat, in de achterkamer van een kapper etc. Er werd gepreekt, gebeden en gezongen. Later trok Alfonsus naar het arme platteland rond Napels. Toen hij 36 jaar oud was, stichtte hij daar in het stadje Scala de Congregatie van de Redemptoristen. De wapenspreuk van de Redemptoristen werd “Bij Hem is verlossing in overvloed”. Om mensen te onderwijzen over Gods liefde hielden Alfonsus en de eerste Redemptoristen zich vooral bezig met volksmissies onder de armen. Op latere leeftijd werd Alfonsus, een beetje tegen zijn wil, bisschop. Hij werd met zijn 91 jaren voor die tijd relatief oud. Dat bracht in zijn laatste jaren veel ongemakken mee. Zijn hoofd werd door een afwijking aan de wervelkolom op zijn borst gedrukt, wat te zien is aan zijn beeld in de Alfonsuskapel in onze kerk. Hij zat de laatste jaren in een rolstoel, leed pijn en had ook psychische klachten.

Verlossing

Uit zijn zondebesef vloeide een behoefte van Alfonsus voort van verlossing door een liefhebbende en barmhartige God. De liefde van God voor de mensen bleek voor Alfonsus uit het offer van Christus aan het kruis. Zelfs de grootste zondaar mag bij God opnieuw beginnen. Door de biecht kan hij (of zij) innerlijk weer vrij worden. De biechtstoel was voor Alfonsus de manier waarop een mens de vruchten van de verlossing kan ervaren. Vandaar dat in onze kerk, die als paterskerk door Redemptoristen is gebouwd, zoveel biechtstoelen staan. In 1950 werd Alfonsus tot patroon van de biechtvaders verheven.

Links: Alfonsus de Liguori in zijn jonge jaren en op oudere leeftijd.
Rechts: Alfonsus die zijn zwaard op het Maria-altaar legt en Alfonsus als kerkleraar op de St. Jan in Den Bosch

Heilig Sacrament

Naast de geheimen van de verlossing, menswording en kruis van Christus zag Alfonsus het Allerheiligste Sacrament als het grote geschenk dat God aan de mensheid heeft gegeven. In de Alfonsuskapel van onze kerk is Alfonsus dan ook afgebeeld met een ciborie in zijn handen.

H. Maria

Zoals in de inleiding is aangegeven, neemt Maria een bijzondere plaats in de Alfonsiaanse theologie in. Zijn “Heerlijkheden van Maria” behoort tot zijn bekendere boeken. In vijf hoofdstukken behandelt hij het Salve Regina, de deugden van Maria, Mariadevotie-oefeningen, de Mariafeestdagen en de Smarten van Maria. Zijn verering voor Maria wordt in het boekje van Leitgöb verklaard door de verbondenheid met zijn vrome moeder die hem tegen zijn opvliegende vader beschermde. Voor privé-gebed trok Alfonsus zich vaak terug in een kleine grot in Scala, waar hij ook visioenen van Maria zou hebben gehad. Ook het moment van zo’n visioen is op een schildering in de Alfonsuskapel van onze kerk te zien. Door gebed kon Gods genade verkregen worden: “wie bidt zal gered worden” was één van Alfonsus bekende teksten. Pas na zijn overlijden werd de devotie tot OLV van Altijddurende Bijstand overal door de Redemptoristen bevorderd, waaronder in de kapel van OLV van Altijddurende Bijstand in onze kerk. Deze devotie paste goed bij de theologie van Alfonsus.

Heilig

Verder was heiliging van de mens voor hem belangrijk. Tijdens het leven moet de mens het bewijs leveren van zijn bereidheid tot liefde voor God en dat hij deugt voor de navolging van Christus. Wie Redemptorist wilde worden alleen maar om zijn ziel te redden, kreeg van Alfonsus als antwoord dat hij dat ook in de wereld kon doen. Alleen het antwoord “om heilig te worden” was voor Alfonsus een acceptabel antwoord van een sollicitant.

Links: pater Mathot in zijn atelier met een beeld van de Friese pater Titus Brandsma voor de Katholieke Universiteit Nijmegen. Mathot was bekend als kunstenaar maar ook vanwege zijn lijdensmeditaties die eind jaren veertig en in de jaren vijftig via de radio werden uitgezonden.
`Midden en rechts: taferelen van zijn kruisweg in de kerk van Nijswiller bij Wittem.

`

Liefde voor God en liefde van God

De liefde voor God en de liefde van God voor de mens waren voor Alfonsus het wezen van het christen zijn. Alfonsus wilde de mensen bekend maken met Gods liefde en wilde hen in het proces van leren liefhebben begeleiden. De Redemptoristen zouden dit later vertalen in hun werk in de missie. Vanuit hun klooster naast onze kerk werden Redemptoristen onder andere naar Suriname en Brazilië uitgezonden. Wanneer de missionarissen tijdelijk terug in het Amsterdamse klooster waren, werd door hen in de OLV kerk gepreekt. Gerard Mathot, een in 2001 overleden Redemptorist die bekend werd als kunstenaar vertelt hierover als volgt:
"als kleine jongen al wilde ik pastoor of padvinder worden en dat eerste ideaal is nooit meer uit mijn hoofd gegaan; dat wisten ze thuis heel goed. Op een zondagochtend had mijn oom in de Onze Lieve Vrouwe Kerk op de Keizersgracht een pater uit de missie horen preken over het geringe aantal priesters in de uitgestrekte missies van Brazilië. Vader vroeg of het niets voor mij was. Met een blij gezicht zei ik: 'ja'. Ik ging nog diezelfde middag naar het klooster en vroeg aan broeder portier: 'Ik wilde graag wat meer weten van de missie, pater'. 'Dan moet je bij pater Provinciaal wezen'. En zo werd ik naar een zaaltje gebracht met grote schilderijen en deftige meubels. Maar pater Kronenburg, de provinciaal destijds, nam alle schuchterheid weg en mijn roeping kwam in veilige handen".

Amsterdam

In die tijd bevond zich het regionale hoofdkantoor van de Redemptoristen, het provincialaat, nog in het klooster naast onze kerk. De Redemptoristen daar waren zeer actief. De door Mathot genoemde provinciaal pater Kronenburg schreef onder andere boeken vol over Maria's Heerlijkheid in Nederland (8 delen, tussen 1904 en 1914 geschreven) en over Nederlands Heiligen (10 delen). Daarin werden alle heiligen van Nederland en alle plaatsen van Mariaverering in Nederland beschreven. Verder waren de Redemptoristen zeer actief met volksmissies vanuit Amsterdam door heel Nederland en werd vanuit het klooster in Amsterdam missiewerk verricht, voornamelijk westwaarts (Engeland, Ierland, Amerika, Suriname, Brazilië). Met enige regelmaat vertrokken vanuit onze stad paters die als passagier op één van de grote stoomschepen uit die tijd een nieuwe wereld tegemoet reisden. In 1985 hebben de Redemptoristen de OLV kerk verlaten. Ook van andere kerken en kloosters in Nederland hebben zij afscheid moeten nemen, toen het aantal paters afnam. Het bestuur van de provincie van de Redemptoristen St. Clemens (waar ook Duitsland, Zwitserland en België onder vallen) bevindt zich nu in het klooster in Wittem, dat nog steeds een druk bezocht bedevaartsoord en centrum van activiteiten is.

Maurice Essers