Katholieke kunstenaars

Eind mei overleed op 100 jarige leeftijd de Amsterdamse katholieke kunstenares Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht. Ze schilderde, maar was ook bekend om haar glas-in-loodramen, zoals te zien in de Begijnhofkapel en de Krijtberg. Ze volgde een kunstopleiding in Parijs en ging op jonge leeftijd in de leer bij de glasschilder Joep Nicolas in Zuid-Limburg. In 1940 vestigde ze zich aan de Herengracht 401, waar ze de rest van haar leven bleef wonen. In de oorlog werd dit huis onder de codenaam Castrum Peregrini (‘burcht van de pelgrim’) een adres voor Joodse onderduikers. Na de oorlog zou het Castrum Peregrini een huis worden voor schrijvers en kunstenaars. Zo kon het in de oorlog ontstane verlangen naar vrijheid in vriendschap en cultuur voortleven.

Gisèle was één van de eerste vrije katholieke kunstenaars. Daarvoor werkten katholieke kunstenaars vanuit ateliers. Vaak waren dit familiebedrijven. Elk ateliers had een eigen specialisme. Zo zijn de deuren van het tabernakel van onze kerk afkomstig uit het atelier van de Utrechtse edelsmid Brom.

Het atelier van de familie Brom was één van de grotere ateliers. Maar er waren ook kleinere ateliers van katholieke edelsmeden, zoals het atelier van de edelsmeden Esser-Werz in het Limburgse Weert (onder).

Het betreft een familie die al vijf generaties in Weert in dit vak actief is. Uit hun atelier is onder andere de kroon van het Mariabeeld in de Sterre der Zee in Maastricht afkomstig. Een ander Limburgs atelier was dat van de familie Windhausen in Roermond. Die familie legde zich toe op kruiswegen. De kruisweg in onze kerk is geschilderd door Albin Windhausen en is uit dit atelier afkomstig. Ook het atelier Windhausen bestaat nog, maar het richt zich (net als dat van Esser-Wertz) niet meer uitsluitend op kerkelijke kunst. Het bekendste kerkelijke atelier uit Roermond is dat van de familie Cuypers. Uit het atelier van Cuypers zijn in onze kerk onder andere de preekstoel en het beeld van de H. Alfonsus afkomstig. De glasblazer waar Gisèle in de leer ging, Joep Nicolas, is overigens ook een telg van een familie van een beroemd Roermonds atelier, dat van de glasblazersfamilie Nicolas. Enkele van de glas-in-loodramen in onze kerk zijn uit dit atelier afkomstig. Het interieur van de OLV kerk is dus in belangrijke mate bepaald door de neogotische kunst uit deze 19e eeuwse ateliers.

Boven: glazen van Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht in de Begijnhofkapel in Amsterdam

Rond 1920 werd de neogotische stijl verdrongen door het internationale expressionisme. Van de kunstenaars uit die periode is o.a. een groot deel van het interieur van de Obrechtkerk en Agneskerk in Amsterdam-Zuid afkomstig. De katholieke kunst werd individualistisch; de kunstenaar een vrije geest, die zich geen levenswijze door de kerk liet voorschrijven en die zijn/haar geloof in kunst uitte.

Boven: zomaar werk van een andere katholieke eigentijdse kunstenaar, Sjef Hutschemaker. Hij is een goed voorbeeld van de kunstenaar die geraakt is en die wat het geloof, het leven en de natuur (als afspiegeling van het Goddelijke) hem geleerd hebben in zijn kunst probeert weer te geven. Ter gelegenheid van een overzichtsexpositie enkele jaren geleden werd hij als volgt beschreven: “De expressionistische kunstenaar Sjef Hutschemakers groeit op als boerenzoon in het Zuidlimburgse Banholt. Hij kiest voor de kunstacademie, maar zijn afkomst heeft een blijvend stempel gedrukt op zijn werk. “Als je als kind altijd moet meehelpen op de boerderij, dan word je een gedeelte van de aarde. Ik vereenzelvig me met de aarde,” zegt de kunstenaar. Veel van zijn werken - geschilderd in de kleuren van de aarde, met temperaverf die hij zelf maakt - gaan over boeren die werken in de aarde en de producten oogsten die het land voortbrengt. Zoals planters, zaaiers, aardappelrooiers, perenplukkers en stroopstokers. Hij schildert zo de wederkeer in de natuur, het afsterven en weer vruchtdragen. Een veel voorkomend thema is: moeder aarde, de vruchtbare vrouw die symbool staat voor die wederkeer, het proces van dood en leven. Vanuit zijn diep geloof schildert Hutschemakers ook religieuze taferelen. Hierin geïnspireerd door zijn moeder beschildert hij kerken, maakt hij schilderijen van de sacramentsprocessies die jaarlijks door het Limburgse heuvelland trekken, schildert hij kruiswegstaties en maakt hij glas-in-loodramen. Met het ouder worden merkt de kunstenaar dat de twee kanten van hem, het aardse van zijn vader en het sacrale van zijn moeder zich in zijn werk gaan verzoenen. “Het is een soort gevecht geweest waarin ik nu de overwinning begin te proeven”, zegt hij in een televisieportret.” De kunstacademies in Amsterdam (Rijksacademie) en Maastricht (Jan van Eijckacademie) namen de opleiding van de kerkelijke kunstenaars over van de ateliers. Ook Gisèle kreeg op zo’n academie in Parijs haar opleiding. Zij zal (ik heb haar niet gekend) ook zo’n vrije geest zijn geweest, die geraakt door God via haar kunst de mensen dichter bij God kon brengen, net als kerkelijke muziek dat kan tijdens de H. Mis. Dat komt ook tot uitdrukking in de Engelse vertaling van een tekst van de dichter Pindarus die in het Castrum Peregrini na haar overlijden publiceerde: Creatures for a day! What is a man? What is he not? A dream of a shadow is our mortal being. But when there comes to men a gleam of splendour given of heaven, Then rests on them a light of glory and blessed are their days.

Links: de maandelijkse kunstenaarsmis in Ons Lieve Heer op Solder aan de Oudezijdsvoorburgwal. Sinds Aswoensdag 1950 komen katholieke kunstenaars uit Amsterdam samen in de kapel van het Begijnhof, in navolging van de Mis der Kunstenaars die sinds 1926 op Aswoensdag in de kerk van Saint Germain L’Auxerrois in Parijs plaatsvindt. Het initiatief voor deze viering kwam van pater Raffaël Tepe. Hij voelde op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten dat er behoefte was aan een kunstenaarsapostolaat. Rechts: eerste mis in de Nicolaaskerk in Amsterdam na de verheffing tot basiliek. Tijdens de mis op 9 december 2012 werd het nieuwe altaar, een tafel van brons, hardsteen en staal, vervaardigd door de Larense kunstenaar Jan-Willem van Oldeneel, door mgr Punt ingewijd. Het prachtige altaar verbeeldt het Mirakel van Amsterdam. In de tafel is een relikwie van de H. Martelaren van Gorcum verwerkt. Misschien goed om ter gelegenheid van het overlijden van Gisele een keer te bidden voor de katholieke kunstenaars. Hun leven en werk vergt een roeping en de kerk heeft hun werk nodig.

Maurice Essers