Sacramentsdag

Het is dit jaar voor de tiende keer dat de Sacramentsprocessie op Sacramentsdag vanuit de Onze Lieve Vrouwekerk langs de grachten trekt. Daarmee is Christus weer één dag terug in de openbare ruimte van Amsterdam. Stadsbestuur en protestanten hebben zich daar eeuwenlang tegen verzet: met een processie zou een “wandelende mis” door Amsterdam trekken waarmee de straat tot katho- lieke kerk omgevormd zou worden (aldus dominee Kromsigt in 1921). Processies waren alleen daar buiten de kerk toegestaan waar deze reeds voor 1848 plaats- vonden. Op een paar uitzonderingen na (waaronder Laren) konden aldus in feite tot de opheffing van het verbod in 1983 alleen in Limburg processies plaatsvin- den. De vanzelfsprekendheid waarmee in Limburg op kerkelijke feestdagen en rond Sacramentsdag met Christus naar buiten wordt getrokken ontbreekt dan ook in Amsterdam. Toen na de opheffing van het verbod het initiatief voor een Amsterdamse processie werd genomen en een processiecommissie werd inge- steld, werden dan ook vragen gesteld als : “kan dat nu wel?”; “past dat in deze tijd?”. Inmiddels kunnen deze vragen positief beantwoord worden. De Amster- damse processie is een begrip geworden. Zij heeft als één van de eerste nieuwe processies na het processieverbod eraan bijgedragen dat er inmiddels buiten Limburg weer tientallen Sacramentsprocessies plaatsvinden. Al deze nieuwe processies konden teruggrijpen op de oude katholieke processietraditie. De (op- bouw van de) processie is in Amsterdam dan ook niet veel anders dan in streken die door het processieverbod niet getroffen werden. Hieronder wordt wat dieper op die opbouw ingegaan.

Links: Sacramentsprocessie op het platteland. Toeschouwers knielen devoot als de H. Eucharistie voorbijtrekt. Het paard buigt het hoofd. Vooraan bruidjes die bloemen strooien. Zij versieren de route, wat hun positie vooraan in de processie verklaart. De wat oudere meisjes vormen vaak groepen die met palmtakken zwaaien en zo doen denken aan de palmprocessie in Jeruzalem.

Rechts: de Sacramentsprocessie trekt door de Amsterdamse binnenstad. Ook hier zijn vaandels, lantaarns (flambouwen) en het H. Sacrament onder het baldakijn te zien.

Dat ook het zuiden periodes van religieuze onverdraagzaamheid heeft gekend, verklaart dat de processies daar meestal worden geopend door een schutterij. De eigenlijke processie begint vervolgens met het processiekruis. Al sinds het concilie van Nicea in 787 gaat het processiekruis voorop. Dat is in Amsterdam niet anders. Het stelt Christus voor de ogen van de gelovigen. De kruisdrager wordt meestal door twee acolieten begeleid. Deze worden gevolgd door groepen die relieken, beelden, vaandels of borden dragen. Ook fanfare of harmonie, kerkkoor, bruidjes , die bloemen strooien, schoolkinderen, kerkbestuur, broe- derschappen en verenigingen lopen vooraan in de processie mee. De proces- siemarsen die fanfare Wilhelmina uit Volendam over de grachten doet klinken, zijn dezelfde als die je elders in ons land bij een processie kunt horen. Er is verder altijd een zekere hiërarchie die de volgorde van deze groepen bepaald. Het dichtst voor het H. Sacrament lopen de vertegenwoordigers van de religieuze orden. Daarna volgen wierookdragers. Dat zijn acolieten die met het gezicht naar het H. Sacrament met hun wierook als het ware de lucht voor het H. Sacrament zuiveren, dat onder een baldakijn (ofwel hemel) door een priester gedragen in een monstrans volgt. Het baldakijn is omgeven door vier lantaarndragers en wordt meestal gedragen door wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders. De flam- bouwen (lantaarns) van de lantaarndragers geven het licht als symbool voor waarheid en leven. Achter het H. Sacrament volgt biddend en zingend in rijen van twee de rest van de kerkgemeenschap, mannen en vrouwen meestal gescheiden van elkaar. Mannen met een staf geven het tempo voor de gebeden aan en bewaren de orde. Op het tempo van processiemarsen schrijden zij voort. Ook de toeschouwers nemen deel aan de processie door eerbiedig te knielen als het H. Sacrament passeert. Zij worden daartoe aangezet door acolieten die met bellen rinkelen als het H. Sacrament nadert. De straten zijn versierd en achter menig huisraam branden kaarsen en staan beelden van heiligen of een huisaltaartje. Onderweg zijn er enkele rustaltaren, waar de deelnemers op adem kunnen komen. Bij elk rustaltaar wordt gebeden en wordt door het kerkkoor het Tantum Ergo gezongen. Bij binnenkomst van de processie in de kerk volgt het lof. De processie gaat van rechts naar links om, net als bij de wijding van kerken. Na afloop spelen fanfare of harmonie een vrolijke serenade voor de kerk. Iets ingetogener dan in Limburg waar na het lof nog urenlang de “cramignon” wordt gedanst, maar in wezen gaat het om hetzelfde idee. In Amsterdam is de proces- sie in wezen dan ook niet anders dan elders, alsof het om een traditie gaat die nooit uit onze stad is weggeweest. Onbekend als de meeste inwoners van de stad zijn met de kerkelijke traditie, ontbreekt wel de eenheid van versierde huizen en straten met de processie zelf . De eerbied die de deelnemers aan de processie aan het H. Sacrament brengen straalt echter op de toeschouwers af. Juist in een tijd dat kerken slecht bezocht worden, wordt de liefde van Christus voor de mens door de processie aanschouwelijk gemaakt door aan de toeschouwers het mysterie van de eucharistie te tonen.

Wat de Amsterdamse processie verder anders maakt dan processies elders is het oecumenische karakter ervan. Het bijzondere aan de Amsterdamse processie is dat ook vertegenwoordigers van Oosterse kerken meelopen en aan het lof voor en na de processie deelnemen. Dat zul je, voor zover mij bekend, nergens anders in Nederland of België tegenkomen. Hoewel deze kerken niet eenzelfde proces- sietraditie kennen als de katholieke kerk en in de Arabische landen, waar zij onder soms barre omstandigheden moeten overleven, geen enkele Christen (ook zonder officieel verbod) het in zijn hoofd zou halen om een processie buiten een kerk te organiseren, delen we de kern van de processie met hen, namelijk het H. Sacrament, de aanwezigheid van Christus in de eucharistie. Zij voegen elementen aan de processie toe die zeer goed in de katholieke traditie passen. Zij dragen bijvoorbeeld een bijbel mee begeleid door personen met sesles (stokken met bellen). Net als de hiervoor genoemde bellen die in de processie voorafgaan aan het H. Sacrament geven zij de nabijheid van God aan. Voor hen zal de aanwezigheid van het H. Sacrament in de openbare ruimte, denkend aan de si- tuatie van hun familieleden in Syrië, Egypte en Turkije, een extra bijzondere er- varing zijn, allicht een voorbode van een Bevrijdingsdag die hun familieleden in de landen van herkomst hopelijk ooit mogen gaan vieren.

Maurice Essers