H. Hart

Nog geen week na Sacramentsdag volgt het tweede Christusfeest van de maand juni, het hoogfeest van het H. Hart. De verering van Jezus Christus krijgt op deze feestdag vorm vanuit de liefde en barmhartigheid, die tot uitdrukking komen in het H. Hart van Jezus. De in de Bijbel genoemde doorboring van Jezus' hart bij de kruisiging wordt wel uitgelegd als de oorsprong van de Kerk, waarin de gelovigen met water zijn gedoopt en in de Eucharistie eten en drinken van het Lichaam en Bloed van Christus. Het Hart van Jezus wordt afgebeeld als geopende borstkas met daarin een bloedrood hart dat staat voor Zijn Leven en Lijden, met een vlam die Liefde en Barmhartigheid symboliseert. Hieronder volgen enkele opmerkingen over de geschiedenis van dit hoogfeest.

Links: H. Maria Alacoque bij het H. Hart van Christus.
Rechts: het H. Hartbeeld in de H. Hart- kapel te Beutenaken.

De devotie tot het H. Hart kreeg een impuls door de H. Margaretha-Maria Alaco- que (1647-1690). Zij had op 16 juni 1675 een visioen, waarin haar verklaard werd dat op de vrijdag na het octaaf van Sacramentsdag een feestdag ter ere van het Heilig Hart van Jezus moest worden ingesteld.

In de 19e eeuw werd de devotie tot het Heilig Hart op verzoek van paus Pius IX wijd verbreid. In Amsterdam werd de Vondelkerk (1880) aan het Allerheiligst Hart van Jezus toegewijd. Het was één van de eerste kerken ter wereld gewijd aan het H. Hart, nog voor de Sacré-Coeur in Parijs. Na de Vondelkerk volgden vele andere kerken.

In de periode van de opkomst van het socialisme aan het begin van de 20e eeuw werd aan de devotie tot het H. Hart sociale actie in het teken van naastenliefde verbonden. In de huiskamers van katholieke gezinnen stonden H. Hart beelden. In Amsterdam zie je de beelden nog wel eens op rommelmarkten of in antiek- winkeltjes. In Limburg veroverden toen de H. Hartbeelden de openbare ruimte doordat op vrijwel elk kerkplein een groot H. Hartbeeld kwam. In mei is in het Limburgse Beutenaken een kantoor ingericht voor de Stichting Katholiek Erfgoed, waar zich om de hoek een H. Hartkapel bevindt die in 1925 door de familie Moonen op haar grond is gebouwd. Op de plaats van de kapel stond vroeger een houten wegkruis waar op Sacramentsdag voor de processie steeds een rustaltaar werd gebouwd. Met de bouw van de vaste kapel was het jaarlijkse opbouwen en afbreken van het altaar niet meer nodig en werd een nieuw katholiek element toegevoegd aan het landschap, waarin Christus overigens sowieso niet is weg te denken alleen al omdat op vrijwel elke kruising een wegkruis is geplaatst of een kapel is gebouwd. Verder zijn er talloze boomkruisen en Mariabeelden boven de ingang van huizen en boerderijen, zodat Christus ook buiten het kerkgebouw in dit geheiligde landschap overal zichtbaar aanwezig is.

Contrast bij de plaats van Christus in de openbare ruimte: beeld (1920) van Christus met het H. Hart in het besloten Begijnhof in Amsterdam. Rechts: het 38 meter hoge beeld van Christus de Verlosser (1931) dat uitkijkt over Rio de Janeiro en haar baai.

In Amsterdam treedt het katholicisme niet op zo’n wijze permanent naar buiten. Het enige H. Hart beeld dat zich in de buitenruimte bevindt, is nota bene het H. Hartbeeld in de besloten ruimte van het Begijnhof. Wel is de devotie tot het H. Hart binnen de Amsterdamse kerken diep doorgedrongen. In de OLV kerk bevindt zich sinds 1882 een H. Hartaltaar aan de rechterzijde, tegenover het altaar van OLV van Altijddurende Bijstand. Rond het altaar zijn geschilderde portretten te zien van heiligen die verbonden zijn aan de devotie tot het H. Hart: H. Franciscus van Sales, H. Gertrudis, H. Alfonsus en natuurlijk H. Margaretha-Maria Alacoque. Zij dragen spreukbanden: H. Hart van Jezus, oceaan van goedheid, H. Hart van Jezus, troon der barmhartigheid, H. Hart van Jezus, volharding der rechtvaardigen, H. Hart van Jezus, toevlucht der zondaars. Zoet Hart van Jezus, wees mijn toevlucht. De viering van de verering van het H. Hart was in onze kerk al zeven jaar voor de stichting van het altaar door de Redemptoristen ingevoerd bij het tweede eeuwfeest van de verschijning van Christus aan H. Margaretha- Maria Alacoque. Het H. Hart beeld werd daartoe in de Alphonsuskapel geplaatst, die versierd werd met rood fluweel. Voorafgaand aan het feest werd dagelijks de mis gelezen om 5.30 en 9 uur in de ochtend, ’s-avonds gevolgd door een Rozen- krans, preek en lof. Na enkele dagen werd het beeld verplaatst naar het met bloemen en vlaggen versierde hoogaltaar ter viering van een noveen. Volgens de kronieken van de Redemptoristen was de viering een groot succes: “Buiten alle verwachting was de deelneming aan deze oefeningen zeer groot. ’s Avonds was de kerk dagelijks vol.” Na de Tweede Wereldoorlog is de devotie tot het H. Hart enigszins verdrongen door een ander Christusfeest, dat van Christus Koning dat in 1925 werd inge- steld. Die verdringing is ook in onze kerk zichtbaar. Daar is het beeld van het H. Hart in het H. Hartaltaar in 1961 vervangen door het moderne mozaïek van Christus Koning. De harmonie tussen het sindsdien verdwenen H. Hartbeeld en de vier geschilderde portretten (die nog steeds te zien zijn) werd zo in onze kerk verbroken. Ook de maand juni is zo als maand van Christus en maand van het H. Hart op de achtergrond geraakt. Dat is jammer omdat de meimaand van Maria en de juni maand van het H. Sacrament en het H. Hart als vervolg op Pasen een bijzondere combinatie vormen. Het zijn de twee maanden van het jaar waarin de natuur en de kerk groeien en bloeien en waarin de katholieken worden uitgeno- digd hun geloof ook buiten de kerk te uiten. Misschien kunnen we dat dit jubi- leumjaar op Sacramentsdag vanuit de rijke katholieke procestraditie met extra aandacht doen onder het motto: ‘laat zien dat je gelooft’.

Maurice Essers