Franciscus

De keuze van de nieuwe paus herinnert eraan dat de katholieke kerk een wereldkerk is geworden. Franciscus is Argentijn; de meeste katholieken wonen buiten Europa. Hij is de eerste niet-Europese paus sinds Gregorius III (731-741). Zijn naam Franciscus verwijst als bekend naar Franciscus van Assisi wiens naam hem zou zijn ingefluisterd door de Braziliaanse kardinaal Claudio Hummes toen het er naar uit zag dat Franciscus bij de stemming in het conclaaf de vereiste 2/3 meerderheid zou halen: ďVergeet de armen niet". Dat was volgens Franciscus I bepalend voor de naamskeuze: ďEn zo kwam in mijn hart de naam van Franciscus van Assisi op: de man van de armen, de man van de vrede, de man die liefde en zorg had voor de schepping (...) de arme man die een arme kerk wilde.Ē We hebben zo niet alleen een nieuwe paus, maar we hebben met deze naamskeuze ook een nieuwe uitdaging. Wat is immers ons katholieke antwoord op vragen over armoede, vrede en zorg voor de schepping?

Armoede

Franciscus I vraagt ons om aandacht voor de armen. Hij bezocht in Buenos Aires als bisschop regelmatig de sloppenwijken om met de mensen te praten en om van hen te leren. Zijn uitstraling is nederig en eenvoudig: in het Vaticaan heeft hij zich niet gevestigd in het apostolisch paleis maar in het huis van Martha. Het lijkt hier om twee zaken te gaan. Enerzijds het armoede-ideaal van Franciscus dat me doet denken aan een brief van de eerste overste van het Redemptoristenklooster naast onze kerk. Toen de Redemptoristen in 1850 hun intrek namen in het klooster aan de Keizersgracht schreef de eerste overste, Swinkels, aan zijn broer en zus dat hij tevreden was omdat hij zo arm was als Job en alleen rijk in behoeften (er moest toen nog onze kerk gebouwd worden aan de Keizersgracht!). Anderzijds is er de zorg voor de armen. Ook de stichter van de congregatie der Redemptoristen Alfonsus van Liguori heeft net als Franciscus van Assisi zijn wereldlijke loopbaan opgegeven. Hij is in de sloppenwijken van Napels onder de armen gaan leven, heeft met hen gebeden tijdens voor hen gehouden avondmissen en heeft met hen onderwijs georganiseerd.

Links: de periode van de honger in Ierland waarin de mensen amper kleren aan hun lijf hadden.
Midden: Jan van Rooij, een Nederlands redemptorist die in 1860 in Limerick arriveerde.
Rechts: pater Bernard Hafkenscheid

De komst der Redemptoristen in Amsterdam sloeg mede aan omdat de paters zich verdienstelijk maakten bij de hulp aan de vele slachtoffers van de ziektes die in Amsterdam toen met vlagen heersten en die we nu alleen nog kennen door scheldwoorden als tering, (vliegende) tyfus of kolere (cholera).

Hun dienstbaarheid bleef niet tot Amsterdam beperkt. Kort nadat de OLVkerk was gebouwd werd het Amsterdamse klooster aan de Keizersgracht de zetel van de Hollands-Engelse provincie van de Redemptoristen. Het zou de vertrekplaats worden van Redemptoristen naar Ierland, de Verenigde Staten, BraziliŽ en Suriname. Zo bouwde de Amsterdamse redemptorist Bernard Hafkenscheid in het Ierse Limerick een Alphonsuskerk, die wel een klein zusje van de OLV kerk lijkt (zie www.redemptoristslimerick.ie/tour voor een 360 graden foto van die kerk). Bij de komst van deze pater Bernard verkeerde Ierland in een hopeloze staat van armoede en moreel verval. Tussen 1845 en 1850 waren de oogsten mislukt en stierven meer dan een miljoen Ieren van de honger. De helft van de inwoners was in een paar jaar tijd verdwenen door emigratie, ziekte en verhongering. Daarnaast leden de Ieren onder de onderdrukking door de Engelsen. Zij weigerden zich door de Engelsen te laten bekeren tot het Anglicanisme en verhongerden of emigreerden liever dan dat ze van de voordelen (voedsel) van bekering profiteerden. De Redemptoristen hielpen met hun aartsbroederschap der Heilige Familie om de Ieren in deze barre tijden overleven. Later trokken Redemptoristen door naar BraziliŽ en Suriname, waar de Tilburger pater Petrus Donders onder leprapatiŽnten werkte en eenzelfde compassie en dienstbaarheid aan armen toonde.

Vrede

De katholieke missie zoals die door congregaties als die der Redemptoristen jarenlang werd uitgevoerd, is in Nederland op sterven na dood. Wel zijn er vele jongeren die vanuit ons land als vrijwilligers naar ontwikkelingslanden trekken. Ze worden daar niet alleen geconfronteerd met de armen waar Franciscus zijn pontificaat aan lijkt te wijden, maar soms ook met een vijandige islam. Wanneer we in juni met de Sacramentsprocessie Sacramentsdag vieren, doen we dit samen met de oosterse kerken, waaronder de Syrisch Orthodoxe kerk en de Koptische kerk en hun Amsterdamse gemeenschappen. Deze week brachten de media berichten over door moslims vernielde kerken en een vernielde synagoge in Aleppo (SyriŽ) en moorden op Kopten door razende menigtes van moslims in Egypte. In Aleppo moesten meer dan 300 christelijke gezinnen vluchten toen hun wijk afgelopen maandag werd veroverd door moslims, die vanuit JordaniŽ werden aangevuurd met een fatwa om christelijke vrouwen te verkrachten. Het is geen dreigende maar een gaande genocide op oosterse christenen, die in Turkije en Irak al zo goed als voltooid is. In Turkije zijn vrijwel alle christelijke gemeenschappen verdwenen. De eeuwenoude kloosters die nog resten worden momenteel door de Turkse overheid met onteigening bedreigd. De miljoenen Egyptische en Syrische christenen (waarvan sommigen enkele jaren geleden vanuit Irak naar SyriŽ waren gevlucht) kunnen geen kant op. In het Midden-Oosten is er voor hen geen veilige haven en het Westen sluit haar poorten. Deze week was er een bericht in de media over een gezin van Syrische christenen dat door Nederland dreigt te worden teruggestuurd naar Polen, waar zij met hulp van mensensmokkelaars de EU binnenkwamen en waar de dochters door douaneambtenaren zouden zijn betast en onteerd (de vader gaf aan nog liever naar SyriŽ terug te gaan dan naar Polen). Het gaat hier om geloofsgemeenschappen die ouder zijn dan de onze (zo was de vorige niet-Europese paus, de H. Gregorius III, een SyriŽr. Hij stuurde in de 8e eeuw Bonifatius en Willibrordus op missie en zorgde zo voor het christendom in Nederland en in Duitsland).

Al in de tijd van Franciscus van Assisi speelde het conflict met de moslims. Het was de tijd van de kruistochten. De toenmalige paus Innocentius III zag "Christus als Koning der Koningen, met Jeruzalem als Zijn stad en het Heilig Land als Zijn erfdeel", dat met kruistochten heroverd moest worden op de moslims. Het was ook de tijd waarin burgers van Haarlem zich (in het jaar 1219) onder leiding van graaf Willem I van Holland de haven van het Egyptische Damiate invochten door een in het water gespannen ketting te doorbreken, waarna de stad in handen viel van deze kruisvaarders. Franciscus van Assisi ging mee met diezelfde kruistocht waarbij hij koos voor een vreedzame benadering van de islam. Hij benadrukte een God van de nederige dienstbaarheid, die uitnodigt om in een geest van vrede en geweldloosheid onder andere mensen te gaan, hun werk en leven te delen en zo te midden van hen (zoals de Franse monniken in de film Des Hommes et des Dieux) Zijn aanwezigheid te ontdekken. Armoede, dienstbaarheid, geweldloosheid zonder wapenen (zelfs zonder het wapen van het woord) gingen voor hem hand in hand en in dit perspectief ondernam hij tijdens de kruistocht zijn persoonlijke vredesmissie naar de sultan van Damiate, waar hij hoffelijk werd ontvangen en spirituele gesprekken voerde. Ook Franciscus I lijkt voor zoín soort koers te kiezen. Op Witte Donderdag waste en kuste Franciscus, zover bekend, als eerste paus de voeten van (onder andere) drie moslims in de kapel van de jeugdgevangenis Casal del Marmo in Rome.

Links: een Haarlems schip doorbreekt de ketting van Damiate (1219).
Rechts: Franciscus tussen de dieren.

Zorg voor de schepping

Franciscus van Assisi trok zich in de natuur terug. Niet om de wereld te ontvluchten maar om samen met de schepping de Schepper te loven.Franciscus bekommerde zich niet alleen om het lot van melaatsen, zwervers en armen, maar ook om dat van planten en dieren. Zoals alom bekend, richtte hij zich in zijn preken soms zelfs tot de vogels en andere dieren en werd zijn naamdag Werelddierendag. In deze zorg om de Schepping maakte Franciscus van Assisi een voor die tijd verrassende keuze. Maar ook de zorg die Franciscus I uitspreekt over het behoud van de schepping is een (aangename) verrassing. Ik ben erg benieuwd in welke richting hij komende tijd op dat onderwerp zal voortborduren.

Afsluiting

Zoals in de inleiding aangegeven, is de naamskeuze van de nieuwe paus een uitdaging voor katholieken. Armoede, vrede en zorg voor de schepping en naleving en verkondiging van Christus gaan volgens de paus hand in hand. Met Pasen was ik in een klein kerkje op de grens met BelgiŽ en Duitsland, waar de pastoor de preek begon met een hartelijk ďEn, beste mensen, wat vindt u van de nieuwe paus?Ē om een half uur later te eindigen met de vraag ďWat zou de nieuwe paus van u vinden?Ē. Hij riep op om opgewekt als de armen in Latijns-Amerika de paus te volgen in zijn keuzes. Het is natuurlijk aan ieder om zijn of haar gedachten te vormen over hoe deze nieuwe boodschap om te zetten in ons dagelijks leven. Een element is misschien een sober en milieubewust leven. Een ander element is het medeleven met de oosterse christenen waarmee we onze kerk delen en waarmee we op Sacramentsdag een feest vieren, en met hun geloofsgenoten die in SyriŽ verdreven worden uit de dorpen en steden waar zij al duizenden jaren wonen en die in Egypte nog meer dan voorheen als tweederangsburgers worden behandeld. Zij brengen zeer zware offers en verloochenen ook onder barre omstandigheden, net zomin als indertijd de Ieren, hun geloof niet.

Een grote uitdaging blijft hoe om te gaan met een door de Islam geÔnspireerde genocide van eeuwenoude christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten, Pakistan en het noorden van Afrika. De politiek van Westerse landen lijkt zich onvoldoende bewust van dit drama en wakkert het met haar ondoordachte steun aan een ďArabische lenteĒ juist aan. Islamitische ronselaars zijn in onze steden en dorpen op zoek naar bekeerlingen die in landen als SyriŽ opgeleid kunnen worden tot oorlogsmisdadigers en terroristen. De politiek in het Westen maakt zich vooral druk over wat deze verblinde jongeren gaan doen als zij terugkeren uit SyriŽ. Van de misdaden die zij in SyriŽ op minderheden, waaronder christenen, plegen ligt men, zo lijkt het, minder wakker. Laten we hopen dat de paus een wijze islampolitiek zal voeren die hoop biedt voor de onderdrukten.

Maurice Essers