Amsterdam ľ Rome (I)

In de Middeleeuwen leek de Amsterdammer vooral gericht op het hemelse (en aardse) Jeruzalem. Een jaar geleden schreef ik over de Jeruzalemvaarders die zwaaiend met palmtakken in de Amsterdamse processies vanuit de Oude en de Nieuwe Kerk meeliepen. Aan het eind van de Middeleeuwen veranderde de wereld echter toen Constantinopel, het huidige Istanboel, in 1492 door Moslims werd veroverd en in Amsterdam humanisme en protestantisme hun intrede deden. Jeruzalem werd onbereikbaar. Amsterdamse katholieken keken vanaf dan naar Rome.

Links: schilderij van Adrianus in het gerenoveerde Paushuis (midden). Rechts: Adrianus VI, begraven in de Santa Maria dellĺ Anima in Rome

Rome kwam als het ware dichter bij Amsterdam te liggen toen Adriaan Florisz Boeyens, zoon van een Utrechtse timmerman, in 1517 als Adrianus VI de eerste en tot nu toe enige Nederlandse paus werd. Zijn indrukwekkende Utrechtse ôPaushuisö is onlangs gerenoveerd en zal in september tijdens de Monumentendagen voor het publiek te bezichtigen zijn. Adrianus gaf de aanzet tot een hervorming van het katholicisme dat in het Concilie van Trente (1545-1563) zijn weerslag zou vinden. Daar werd o.a. besloten tot het instellen van seminaries om de opleiding van priesters te verbeteren en tot regelmatige visitaties (controles) van parochies door bisschoppen. In de Nederlanden kwamen met de pauselijke bul Super Universas (1559) met het oog op het doorvoeren van de hervormingen van het Concilie van Trente nieuwe bisdommen, waaronder het bisdom

Links: het Concilie van Trente
Midden: Petrus Canisius (1521-1597)
Rechts portret (1534) van Cannius dat wordt bewaard in de pastorie van de Begijnhofkapel met op de achtergrond een landschap dat humanisten en schilders zagen op hun reizen naar ItaliŰ

Haarlem. Voor gelovigen kwam er als gevolg van het Concilie van Trente godsdienstonderwijs via de catechismus. De in 1540 erkende SociŰteit der Jezu´eten zou in dit onderwijs een belangrijke rol spelen. EÚn van de eerste Nederlandse Jezu´eten is de Nijmegenaar Petrus Canisius. Hij werd in 1543 Jezu´et. Hij nam deel aan het Concilie van Trente en schreef diverse catechismussen. Canisius was een tijdgenoot van de Amsterdammer Cornelius Crocus, hoofd van de toen aan de Oude Kerk verbonden school. Crocus wandelde in 1549 van Amsterdam naar Rome om daar een jaar later als Jezu´et te sterven in de armen van de stichter van de Jezu´eten, Ignatius van Loyola. Samen met andere Amsterdamse katholieke humanisten, zoals Nicolaas Cannius, die aan dezelfde school les gaf, en Alardus van Amsterdam bestreed Crocus fel het protestantisme. Hun strijd mocht echter niet baten. In 1578 werd het katholieke stadsbestuur vervangen voor een protestants bestuur.

Priesters moesten vluchten. Het katholicisme werd in 1580 zelfs verboden. Parochies en de in 1559 ingestelde bisdommen hielden op te bestaan. Rome benoemde daarop een ondergronds priester, Sasbout Vosmeer, tot apostolisch vicaris. Hij moest een ondergrondse kerk organiseren en contact onderhouden met de pauselijke nuntius in Brussel. Brieven van Vosmeer waaruit zijn benoeming bleek vielen echter in handen van de Staten van Holland waarna een klopjacht werd ingezet en Vosmeer moest vluchten naar Keulen. In Amsterdam organiseerde een andere priester, Eggius, in de Warmoesstraat een geheim seminarie, maar ook hij werd gezocht, opgepakt en na een gevangenschap van 2,5 jaar verbannen naar Keulen. In Keulen en Leuven werden buiten het bereik van de protestantse Republiek katholieke seminaries opgezet voor priesters die in de Hollandse missie gingen werken. De apostolisch vicaris hield met de in Leuven en Keulen gewijde priesters, de Jezu´eten en andere ordes die in Amsterdam schuilkerken bedienden het katholicisme overeind.

Links: Sasbout Vosmeer (1548-1614)
Midden: Jacob Krijs (1668-1720), de Amsterdamse pastoor van de Oude Clerezij die de geschorste Franse bisschop Varlet onderdak bood en aanwezig was bij de wijding van Steenoven tot bisschop aan de Keizersgracht 160
Rechts: het katholieke jongenshuis aan de Lauriergracht dat inzet van de strijd tussen de Oude Clerezij en de Romegetrouwe katholieken werd

Na verloop van tijd ontstond onder de katholieken onenigheid tussen de steeds meer naar de dwaalleer van het Jansenisme en (ten eigen bate) naar herstel van de bisschopszetel neigende apostolische vicarissen enerzijds en de in Amsterdam en elders werkzame Jezu´eten en priesters van andere reguliere orden anderzijds. De apostolisch vicaris, de Amsterdammer Petrus Codde reisde in 1700 naar Rome om de zaak op te lossen, maar werd in Rome geschorst. Het protestantse Amsterdamse stadsbestuur stelde zich vervolgens vierkant achter Codde op en verbande de door Rome gesteunde opvolger van Codde, De Cock, die na een inval in zijn huis naar Emmerik vluchtte.

De zaak liep uit de hand. In 1720 werd door de Staten van Holland besloten dat alle Jezu´eten Holland moesten verlaten. In Amsterdam werd de Jezu´tenkerk De Krijtberg gesloten. De andere Amsterdamse priesters moesten van het stadsbestuur trouw zweren aan de apostolisch vicaris, hetgeen leidde tot boetes voor Romegetrouwe pastoors van o.a. de Mozes en Aaron, het Boompje, De Duif en De Ster, die dat weigerden. In 1723 vonden de Hollandse Jansenisten een geschorste Franse Jansenistische bisschop, die naar Amsterdam was gevlucht, bereid om de apostolisch vicaris Cornelis Steenoven zonder toestemming van Rome tot bisschop te wijden in de kapel van het huis van de boekhandelaar De Brigode Dubois aan de Keizersgracht 160. De breuk van de zich Oude Clerezij noemende Hollandse Jansenisten met Rome was een feit. Voortaan waren er weer bisschoppen in Utrecht, Deventer en Haarlem maar dan van de Oude Clerezij. Rome verwierp hun benoemingen. Van de Amsterdamse katholieken schaarde 92% zich achter Rome. De 8% van de katholieken die voor de Oude Clerezij koos, beschikte over diverse kerken (waaronder de H.H. Joannes en Willibrordus aan de Brouwersgracht, de H. Maria aan de Vinkenstraat en De Ooyevaar bij de Nieuwmarkt) en hield lange tijd grip op het katholieke jongensweeshuis aan de Lauriergracht. Verantwoordelijk daarvoor was de invloedrijke Amsterdamse familie Krijs, die nauwe banden onderhield met Petrus Codde, en de steun die het stadsbestuur aan de Oude Clerezij gaf. Verzoening met Rome leek even mogelijk toen paus Clemens XIV zich tegen de Jezu´eten keerde. De Oude Clerezij handhaafde echter haar dwaalleer en weigerde het gezag van Rome te erkennen. De Oude Clerezij moest het afleggen. De Amsterdamse katholieken stemden met de voeten en kozen massaal voor Rome. In het jongensweeshuis aan de Lauriergracht kwam het zelfs zover dat het Romegetrouwe bestuur voor de Roomsen op zolder een tweede kapel inrichtte, waarna de kapel van de Oude Clerezij al snel moest sluiten. In 1797 waren er 34.000 rooms-katholieken in Amsterdam tegen slechts 520 katholieken van de Oude Clerezij. Aan deze historische controverse is een einde gekomen dankzij de trouw aan Rome van de Amsterdamse katholieken.

Links: Dominique Varlet, de Franse bisschop die aan de Keizersgracht de breuk met de Oude Clerezij voltrok
Midden: Cornelius Jansenius, met zijn controversiŰle boek over Augustinus
Rechts: de grondlegger van het Jansenisme en de Oude Clerezij. Het Jansenisme werd in 1705 en in 1713 met de bul Unigenitus van paus Clemens XIV als ketterij veroordeeld

Volgende maand deel II van Amsterdam-Rome met o.a. de voettocht naar Rome (400 jaar na die van Cornelius Crocus!) van een andere katholieke Amsterdammer, Bertus Aafjes, de terugkeer van de Jezu´eten en het herstel van de bisschoppelijke hiŰrarchie bij de rooms-katholieken. Blijf lezen!

Maurice Essers