Meimaand – Mariamaand (Maria en Alfonsus)

Eén van de meest bijzondere plekken in onze kerk vind ik het Maria altaar met de icoon van Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand. Het is de moeite waard om er eens goed naar te kijken. Ik herinner me bij ons thuis ook een afbeelding van deze icoon, maar als kind lette je daar niet op. Nu vraag je je af hoe zo’n icoon in onze kerk, in het huis van mijn ouders terecht is gekomen. Hoort de traditie van iconen eigenlijk niet in Oosters orthodoxe kerken thuis? Ik ging weer op onderzoek uit.

Links: afbeelding van de originele icoon, die zich nu in Rome bevindt
Rechts: de kopie van deze icoon in het Maria altaar van onze kerk

Eerst naar de tentoonstelling “Glans en Glorie, kunst van de Russisch Orthodoxe kerk”, die in de Hermitage in Amsterdam te zien was en die het nodige over iconen leert. Zoals dat verering van iconen inderdaad vooral bekend is uit de Oosters kerken. Door iconen te vereren wordt eer bewezen aan de daarop afgebeelde persoon. Door voor een Maria icoon te bidden treedt een gelovige in verbinding met Maria. Een icoon wordt daarom ook wel een venster op de eeuwigheid genoemd. Ook het schilderen van een icoon op hout is bijzonder. Voor en tijdens het schilderen bidt, studeert en vast de schilder. Om een afbeelding zo zuiver mogelijk weer te geven, gebruikt hij oude handleidingen. In Oosterse kerken begeleiden iconen mensen van de wieg tot het graf. Bij de geboorte van een kind wordt een maaticoon besteld, een icoon met de lengte van het kind. Iconen zijn een kostbaar bezit dat van generatie op generatie in een familie wordt doorgegeven.

Dan het verhaal van onze icoon van OLV van Altijddurende Bijstand, de oudste en bekendste icoon ter wereld. Dat verhaal begint lang geleden. Volgens een legende zou de evangelist Lucas aan dit portret van Maria begonnen zijn en zou het door een wonder vanzelf zijn voltooid. De afbeelding kent diverse tekens en heeft een diepere betekenis. Zo wijst Maria in de afbeelding op Christus. Zij toont als het ware de weg naar Hem. Aan haar zijde zijn de aartsengelen Michael en Gabriel te zien, die de lijdenswerktuigen voorhouden. Michael draagt de lans en spons als voorwerpen van Jezus' kruisiging en Gabriël een 3-kruis en spijkers. Door dit lijden van haar Zoon werd Maria de Moeder van Smarten. Zij kijkt op de afbeelding als voorspreekster naar de mensen, voor wie ze de Moeder van Altijddurende Bijstand is. De originele icoon wordt vernietigd bij de verovering van Constantinopel door de Turken in 1453. Een 14e eeuwse kopie bevindt zich echter op het Griekse eiland Kreta. Met die icoon vlucht in 1480 een koopman op een schip van dit eiland om aan de oprukkende Turken te ontkomen. Na een barre tocht komt de wonderbrengende icoon in Rome, waar zij in processie door de straten wordt gedragen en door de bevolking drie eeuwen lang in de Mattheuskerk wordt vereerd.

De icoon lijkt daar voor eeuwig te verdwijnen als de Mattheuskerk door troepen van Napoleon in 1798 in puin wordt gelegd. Iemand heeft de icoon echter gered want in 1865 wordt zij door een redemptorist, een zekere Michael Marchi, in een andere kerk ontdekt. De redemptoristen krijgen daarop van paus Pius IX in 1866 opdracht om de icoon wereldwijd bekendheid te geven. In mei 1869 verbindt de paus er zelfs een aflaat aan, zo valt in de Mariakapel van onze kerk te lezen: “300 dagen aflaat eenmaal daags te verdienen, door allen die voor deze beeltenis van OLV van Altijddurende Bijstand rouwmoedig bidden, Pius IX, 4 mei 1869”. De icoon en de congregatie der redemptoristen raken zo innig met elkaar verbonden. Ze brengen de icoon naar de kerk van de Heilige Alfonsus in Rome, die vlakbij de plek ligt waar vroeger de Mattheuskerk stond. Het verhaal van de koopman uit Kreta, de verering van de icoon en haar ontdekking in Rome kunt u nalezen op schilderingen op de koperen platen rond de icoon in onze Mariakapel (zie ook het Mededelingenblad van maart 2011).

Wie waren deze redemptoristen, die de icoon adopteerden? De congregatie der redemptoristen was al in 1732 door de Heilige Alfonsus, naamgever van ons koor en van een altaar in onze kerk, gesticht. Alfonsus was afkomstig uit een rijke Napolitaanse familie. Daar was hij een bekend advocaat. Maar na verloop van tijd zag hij dat niet meer zitten. In 1723 zei hij tegen zijn vader dat het beroep vol moeilijkheden en gevaren was en tot een ongelukkig leven en een ongelukkige dood kon leiden. Om zijn zielenheil te redden hing hij zijn advocatentoga aan de wilgen en begon hij (tegen zijn vaders zin) aan een priesterstudie. Hij schreef in die jaren vele boeken om de verering van het Heilig Sacrament en OLV aan te moedigen. Niet voor niets draagt hij als teken van zijn liefde voor de H. Eucharistie in zijn beeld in onze kerk een monstrans. Alfonsus overlijdt op 1 augustus 1787. Niet als ongelukkig advocaat maar als verdediger van Maria in deze voor de kerk zo moeilijke periode rond de Franse revolutie, die in 1798 bijna tot de ondergang van de icoon zou leiden.

En de icoon? Die wordt nog steeds bewaard in de kerk van de Heilige Alfonsus in Rome. Bij deze congregatie is de devotie tot Onze-Lieve-Vrouwe van Altijddurende Bijstand altijd sterk gebleven en dank zij de redemptoristen is zij ook via België en het Limburgse Wittem in onze kerk gekomen.

Links: de kerk van de H. Alfonsus in Rome en rechts onze Amsterdamse kerk. Ik zie wel enige gelijkenis, die geen toeval zal zijn. Beide kerken zijn trouwens in dezelfde periode gebouwd: de H. Alfonsus in Rome tussen 1855 en 1859 en onze kerk tussen 1853 en 1854

De redemptoristen kwamen precies 175 jaar geleden, in 1836, naar Nederland. In een koude nacht in januari vertrokken zij uit het Belgische Sint Truiden om zich na

Links: ter herdenking aan de komst van de Redemptoristen naar Nederland 175 jaar geleden werd in januari 2011 opnieuw door pelgrims van Sint Truiden naar Wittem gewandeld. Op de foto het vertrek uit Sint Truiden met links, inderdaad, een afbeelding van OLV van Altijddurende Bijstand
Rechts: Ben Kahmann

een lange wandeling in het Limburgse Wittem te vestigen. Al snel werd het redemptoristenklooster in Wittem een pelgrimsoord voor Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand, de Heilige Alfonsus en een andere redemptorist, de Heilige Gerardus Majella. Vorige zomer werd in Wittem van 19 tot 26 juni dit jubileum gevierd. Het 175-jarig jubileum werd overigens in Wittem al in januari 2011 geopend met een concert en lezing over één van onze voormalige parochianen, de redemptorist Ben Kahmann (1914-2002). Deze Kahmann was een bekend componist, dirigent en voorzitter van de Gregoriusvereniging. Als kind liep hij elke zondag met zijn broer Jo vanuit Oud-West, waar de Kahmanns woonden, naar onze kerk aan de Keizersgracht. Zijn vader zong als tenor in het Alphonsuskoor en is zelfs te zien op een oude foto van het Alphonsuskoor, die een parochiaan mij stuurde (Bens derde naam was niet voor niets Alfonsus!). In 1920 (Ben was toen zes jaar oud) overleed zijn moeder, waarna hij tot 1923 in een internaat van de broeders van Saint-Louis in Oudenbosch verbleef. In 1938 werd hij in Wittem tot priester gewijd..

De Heilige Alfonsus (1696-1787)

Maar we weten zo nog steeds niet hoe een afbeelding van de icoon vanuit het Limburgse Wittem in onze Amsterdamse kerk raakte. Welnu, de redemptoristen waren al snel vanuit Wittem succesvol met preken en missies. En dat was mede te danken aan een andere bekende Amsterdamse redemptorist, Bernard Hafkenscheid (1807-1865). Bernard kwam uit een gezin van elf kinderen, waarvan er vijf op jonge leeftijd overleden waren.

Links: schilderij van Bernard Hafkenscheid door Otto de Boer (1826)
Rechts: de Catharina (Geloof, Hoop en Liefde), in 1939 afgebroken

Zijn vader had in Amsterdam een groothandel in schilder- en verfstoffen. Op 26 juli 1832 houdt hij zijn eerste plechtige mis in de 'Geloof, Hoop en Liefde' op het Spui. Daarna trekt hij predikend het land door. Hij was in zijn tijd een bekende Nederlander. Zo waren bij de afsluiting van een volksmissie in Sittard maar liefst 25.000 mensen aanwezig. Daar kan een gemiddelde Eredivisieclub vandaag de dag een puntje aan zuigen!

Het snelle succes van de redemptoristen gaf aanleiding om te zien of ook “boven de rivieren” een klooster kon worden gesticht. Dat was in die tijd niet gemakkelijk. In 1850 lukte dat echter na de nodige weerstand in Amsterdam op de plek van een rotte kies aan de Keizersgracht, waar een paar jaar eerder de suikerfabriek “Het Paardenhoofd” was ontploft. Het bleef niet bij een klooster. Al in 1851 werd toestemming gegeven voor onze kerk, waar in 1854 de eerste steen voor werd gelegd.

Na de inwijding van de kerk waren de Redemptoristen ook in Amsterdam al snel succesvol. Zij voerden o.a. het gebruik in om een kerstkribbetje in de kerk te plaatsen (wat prompt door andere kerken in Amsterdam werd overgenomen) en vierden elk jaar plechtig de Meimaand (wat in die tijd evenmin in Amsterdam gebruikelijk was). Toen in 1866 paus Pius IX opdracht gaf om aan de icoon van OLV van Altijddurende Bijstand bekendheid te geven, bleven de Amsterdamse redemptoristen weer niet achter. Zij brachten de icoon in 1868 bij de opening van de meimaand voor het eerst in onze kerk. De icoon werd gewoon aan de muur gehangen, maar dat was de toenmalige parochianen niet naar de zin. Zij bouwden voor haar een altaar en in 1886 werd op de feestdag van de H. Alfonsus (1 augustus) de huidige kapel ingewijd. Gezien de ex-foto’s in de kapel, heeft OLV van Altijddurende Bijstand hun gebeden verhoord en nog steeds branden elke zondag kaarsen voor het Maria altaar.

Van links naar rechts: de icoon van OLV van Altijddurende Bijstand in Wittem, Amsterdam en de Alfonsuskerk in Rome

Maar niet alleen in Amsterdam en Wittem branden voor haar kaarsen. Overal ter wereld heeft de OLV van Altijddurende Bijstand troost en steun gebracht. Toen paus Johannes Paulus II, die op 1 mei 2011 zalig verklaard werd, in Rome bij de redemptoristen op bezoek was, sprak hij voor de vuist weg over zijn persoonlijke devotie voor deze icoon: “Nu moet ik terug naar mijn jonge jaren toen ik onder de oorlog en de nazi-bezetting van Krakau in een fabriek werkte. Vaak na de nachtschicht, als ik naar huis ging, bezocht ik uw kerk in Krakau, waar een icoon is van de Moeder van Bijstand. Niet alleen omdat het op mijn weg lag, maar omdat het een plaats van devotie was en de icoon zo mooi is. Dit is mij heel mijn leven in herinnering gebleven. Door vandaag hier te komen ben ik naar het verleden, naar de dagen mijner jeugd teruggekeerd. En daarvoor wil ik de Moeder van Bijstand danken die zich voor mij steeds een 'altijddurende bijstand' heeft betoond op moeilijke, héél moeilijke momenten”.

Laten ook wij dankbaar zijn voor zo’n kostbaar bezit in ons midden. Zeker in een jaar op de feestdag van de OLV van Altijddurende Bijstand, 27 juni. De H. Alfonsus zal die dagen ongetwijfeld extra waardig in zijn altaar de monstrans dragen! Over de processie in juni trouwens meer. Dank ook voor uw reacties. Een parochiaan wist n.a.v. het aprilnummer uit te leggen dat op Witte Donderdag diverse kerken bezocht konden worden omdat het Allerheiligste dan de hele dag op een rustaltaar werd uitgesteld en ook over het Andrieshofje kwam ik via u meer te weten. Mocht u herinneringen hebben aan de redemptoristen, laat dat snel weten. Het is de moeite waard om de herinnering aan de stichters van onze kerk levend te houden.

Maurice Essers