Allerzielen

Vorig jaar wandelde ik met Allerzielen na kantoortijd over de katholieke begraafplaats Buitenveldert tegenover het kantoor waar ik werk. Daar maakte ik kennis met duizenden overleden Amsterdammers en hun familieleden die die dag naar Amsterdamse traditie met muziek in de kapel, fakkels en eten en drinken hun familiegraven kwamen bezoeken.

Links: Oude Kerk met het ommuurde kerkhof. Rechts: Nieuwe Kerk met kerkhof. Vanaf de Dam trekt een begrafenisstoet de kerk binnen

De oudste Amsterdammers liggen echter niet in Buitenveldert of in die andere bekende Amsterdamse katholieke begraafplaats, Sint Barbara, begraven maar in en rond de katholieke kerken en kapellen van onze stad. Op de plaats waar in de Oude Kerk rond 1300 het altaar stond is het vroegst bekende graf van een Amsterdammer. Tussen 1300 en 1865 zijn er meer dan 10.000 mensen in deze kerk begraven. De graven zijn er nog steeds te zien vaak met een familiewapen of huisteken op de steen. Ook in de andere Middeleeuwse kerken en kapellen van de stad werden Amsterdammers begraven. Zo ligt in de Nieuwe Kerk in een familiekapel ene Willem Eggert begraven, de Amsterdammer die in de 14e eeuw grond en geld ter beschikking had gesteld voor de bouw van de Nieuwe Kerk.

Links: grafmonument voor Willem Eggert (midden). Rechts: kapel van de familie Boelen in de Nieuwe Kerk

De rijkere Amsterdammers werden in tufstenen kisten in de kerk begraven, liefst zo dicht mogelijk bij een altaar. Het lichaam werd in een lijkwade gewikkeld en op de rug in het graf gelegd met het gezicht naar de hemel gekeerd. Het hoofd werd in het westen begraven met aangezicht naar het oosten. Arme gelovigen werden meestal op het kerkhof rond de kerk in houten kisten in gewijde grond begraven. Bij de Nieuwe Kerk lagen maar liefst drie kerkhoven, waaronder een kerkhof voor “ellendigen”, zoals ongedoopte kinderen, godslasteraars en zelfmoordenaars.

Links: schilderij met de alexiaanse werken van barmhartigheid waaronder het verplegen en begraven van pestlijders
Rechts: enkele 16e eeuwse grafzekeren uit de Oude Kerk met huistekens en afbeeldingen van heiligen

Ook in de vele Amsterdamse kloosters werden overledenen begraven. De Cellebroeders (Alexianen) verzorgden pestlijders in hun klooster aan het Rokin. Zij hadden bij hun klooster een kerkhof om de ongelukkigen te begraven. Nadat het bestuur van Amsterdam in 1578 protestant was geworden, bleef een groot deel van de Amsterdammers katholiek. De Oude Kerk en de Nieuwe Kerk werden protestant, maar katholieken konden daar toch begraven worden. Bij gebrek aan alternatieven werd van die mogelijkheid gebruik gemaakt, waarbij aan katholieken 3 schepjes gewijde aarde in het graf werden meegegeven. Veel bekende katholieken uit de protestantse periode, zoals pastoor Marius van het Begijnhof en Joost van den Vondel, liggen dan ook in de Oude en Nieuwe Kerk begraven. Het begijntje Cornelia Arents weigerde echter om in een protestantse kerk begraven te worden. Zij liet zich in 1654 liever in de goot van het Begijnhof begraven, waar ze sindsdien jaarlijks herdacht wordt.

Links: stille jaarlijkse bloemenhulde (2 mei) aan het begijntje Cornelia Arens bij haar graf aan het kerkpad
Rechts: graf van de dichter Joost van den Vondel in de Nieuwe Kerk

In de katholieke schuilkerken uit de protestantse periode was ook geen ruimte om overledenen te begraven. Maar ook de protestantse kerken raakten overvol. Na een pestepidemie met vele doden in 1602 kwamen er dan ook nieuwe kerkhoven elders in de stad, zoals op het terrein van het voormalige kartuizerklooster in de Jordaan, bij de Zuiderkerk en buiten de stadsmuren.

Boven: het Karthuizerkerkhof rond 1700 met op de prent links vrouwen die op het kerkhof de was bleken en rechts een begrafenisstoet

De begrafenissen werden in die tijd aangekondigd door een begrafenisondernemer, een aanspreker die langs de huizen in de buurt trok.

Links:Oude gevelsteen “In den Anspreker”, Bloemstraat 12
Rechts: grafdelver aan het werk in de Waalse kerk (1736)

Er ontstond een nieuwe behoefte aan kerkhoven toen in 1810 het begraven in kerken werd verboden. Niet veel later werden de eerste katholieke begraafplaatsen aangelegd, zoals de voorganger van St. Barbara bij de inmiddels afgebroken katholieke kerk De Liefde, de begraafplaats Buitenveldert bij de schuilkerk met diezelfde naam en bij de schuilkerk De Hoop in Diemen. In 1893 wordt het kerkhof St. Barbara verplaatst naar de Spaarndammerdijk.

Links: het oude kerkhof St. Barbara bij De Liefde
Rechts: begrafenis bij de oude kapel van de nieuwe begraafplaats St. Barbara

Met Allerzielen herdenken we dat de katholieke gemeenschap niet alleen uit levenden bestaat maar ook uit zielen van overledenen. Het viel me op dat veel graven worden verwaarloosd. In Buitenveldert zag ik lange lijsten van verwaarloosde graven bij de ingang met het verzoek aan nabestaanden om zich te melden bij de beheerder. Het zou mooi zijn als zich veel mensen met Allerzielen op onze Amsterdamse begraafplaatsen melden om hun overledenen te herdenken en hun graven te verzorgen. Dat zal niet alleen de beheerder van de begraafplaats plezier doen maar dat zal ook de grote beheerder in de hemel niet ontgaan.

Enkele van de vele mooie grafmonumenten op Buitenveldert en St. Barbara. Bekende katholieken die in Buitenveldert begraven liggen zijn pater J.V. de Groot (1848-1922) , de journalist en schrijver Fred Thomas (1906-1959) en de cabaretier Wim Sonneveld (1918-1974)

Op St. Barbara rusten bekende katholieken, als Alberdingk Thijm, jonkheer Van Nispen tot Sevenaer, Judocus Smit, Ida Peerdeman, Manke Nelis en Simon Vinkenoog. en vele Amsterdamse pastoors, congregaties, het bejaardenhuis Brentano en het Begijnhof.

Maurice Essers