Verering van relikwieŽn en een Heiligdomsvaart

Mijn eerste kennismaking met een relikwie was toen mij als misdienaar een relikwiehouder voor mijn neus gehouden werd. De pastoor, die de houder vasthield, fluisterde mij ongeduldig toe dat ik moest kussen. Ik was toen zeven jaar en op die leeftijd net zomin bekend met het idee van een relikwie als met kussen, dus het verzoek veroorzaakte enige paniek. Het duurde even voordat ik begreep dat ik mijn lippen tegen de relikwiehouder moest drukken en dat daarna de kerkgangers aan de beurt waren om hetzelfde te doen. Afgelopen maand heb ik mijn kennis van relikwieŽn bijgespijkerd.

Links: Gerard PiquŤ van FC Barcelona gaat er met het doelnet vandoor
Rechts: een relikwie in linnen gewikkeld

Volgens Wikipedia zijn relikwieŽn overblijfselen die voorwerp van religieuze verering zijn. Het gaat om lichaamsdelen, voorwerpen of kledingstukken van heiligen. RelikwieŽn zijn dus een aandenken aan heilige mensen. Het doet een beetje denken aan de spelers van FC Barcelona die dit jaar na het winnen van de Champions League in het Wembley stadion met een schaar het net van het doel knipten om dit als aandenken mee te nemen naar huis. Maar relikwieŽn zijn ook voorwerp van devotie, verering. Op 1 mei van dit jaar konden bijvoorbeeld de stoffelijke resten van Johannes Paulus II onmiddellijk na zijn zaligverklaring in de Sint-Pietersbasiliek door gelovigen worden vereerd. Nadat eerst paus Benedictus XVI en kardinalen bij de kist gebeden hadden en de kist gekust hadden, trokken de gelovigen in een rij aan de schrijn van Johannes Paulus II voorbij.

Links: Benedictus XVI kust de ampul
Rechts: Benedictus biddend voor de schrijn

De kist met het lichaam van Johannes Paulus II is vervolgens in de Sint Pieterskerk bijgezet in de kapel van de heilige Sebastiaan. Een ampul met bloed van Johannes Paulus II zal als relikwie naar de nieuwe kerk van het binnenkort te openen Johannes Paulus II-centrum in Krakau worden overgebracht, waar hij van 1964 tot 1978 aartsbisschop was. Dat het lichaam in de kapel onder het altaar is bijgezet sluit aan bij de vroeg-christelijke gewoonte om de liturgie te vieren boven het graf van martelaren. Toen later boven de graven kerken verrezen, ontstond de gewoonte om relikwieŽn van de betreffende martelaar of heilige onder het altaar te plaatsen. Deze eerste kerken konden gebouwd worden nadat in het jaar 313 onder keizer Constantijn met het Edict van Milaan een einde kwam aan de vervolging van Christenen door de Romeinen.

Vlnr: borstbeeld, sleutel en noodkist van Sint Servaas. In de noodkist worden relikwieŽn bewaard. De noodkist wordt niet alleen bij de Heiligdomsvaart maar ook in tijden van nood in processie door de stad gedragen

Enkele jaren later kreeg de H. Servatius, bisschop van Tongeren, een visioen toen hij op het graf van Sint Petrus in Rome aan het bidden was. Boven het altaar zag hij een troon omringd door engelen. Op de troon zetelden Christus en Maria. Vůůr de troon zag hij twee heiligen geknield, Petrus en Paulus. Zij waren de voorsprekers voor het gebed van Servatius dat GalliŽ voor de Hunnen gespaard mocht blijven. Toen richtte Petrus zich tot Servatius: ďHeilige man, wat vraagt gij mij? Weet dat het Gods raadsbesluit is dat een groot deel van Europa, waaronder Tongeren, verwoest zal worden. De Tongenaren zullen gestraft worden voor hun houding ten opzichte van u. Maar om uwentwil zal God de stad Maastricht sparen. God wil dat gij daar gaat wonen. Maak voor uzelf een graf gereed in de kerk van Maastricht die door Sint Maternus is gesticht.Ē Toen Petrus dit gezegd had, gaf hij Servatius een grote sleutel: ďHeilige man, God geeft u deze sleutel van hemelse makelij. Gij zult nu de sleuteldrager van de hemel zijn en gij kunt nu voor iedereen het paradijs openen of sluiten.Ē Daarna zei hij: ďGa nu, wees van God gezegend en omdat God u niet in droefheid wil storten, is besloten dat uw land pas na uw dood verwoest zal worden, zodat uw ogen niet de rampen hoeven te zien die dit land overkomen.Ē Servatius verliet daarop Rome. Teruggekeerd van zijn reis verplaatste hij de bisschopszetel naar Maastricht, waar hij op 13 mei 384 begraven werd.

Maurice Essers